Lering trekken uit evaluatie tramaanslag Utrecht

Op 18 maart 2019 werd Nederland opgeschrikt door een aanslag in een tram in Utrecht. Gezien de ernst en maatschappelijke impact van deze aanslag hebben alle betrokken organisaties leerevaluaties uitgevoerd. Ook heeft de Inspectie van Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) een overkoepelende analyse opgesteld. Nabestaanden en slachtoffers zijn op woensdagavond 26 mei als eersten door de minister van Justitie en Veiligheid (JenV), de burgemeester van Utrecht en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie JenV geïnformeerd over de uitkomsten van die analyse. Daarna zijn de beleidsreactie en alle evaluatierapporten om 21.00 uur naar de Tweede Kamer gestuurd. De centrale conclusies van het rapport staan in meer detail beschreven in de beleidsbrief. De betreffende documenten staan onderaan deze pagina.

Hulpdiensten en politie bij tram in Utrecht
©ANP

Ook voor de NCTV is het vanuit zijn coördinerende taak van belang stil te staan bij de onderdelen van de evaluatie waar de NCTV direct bij betrokken was. Dit soort gebeurtenissen zijn gelukkig uiterst zeldzaam, maar hebben een enorme impact. We moeten er daarom lering uit trekken om zo in de toekomst nog beter voorbereid te zijn. 

Rol binnen crisisbeheersing

Om te beginnen gaat het daarbij om de rol van de NCTV op het gebied van crisisbeheersing: de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. De NCTV geeft invulling aan deze coördinerende verantwoordelijkheid van de minister van JenV. 
Over het functioneren van de crisisorganisaties stelt de Inspectie JenV dat dankzij het handelen en doorzettingsvermogen van de politie, de burgemeester van Utrecht en het Openbaar Ministerie (OM) de dader nog op dezelfde dag is aangehouden. Maar er zijn volgens de Inspectie JenV ook lessen te trekken. 
De Inspectie JenV stelt dat de samenwerking tussen de crisisorganisaties volgens de afgesproken en beoefende opschalingsstructuur moet plaatsvinden en dat essentiële informatie beter gedeeld moet worden binnen de driehoek.

Verbeterpunten crisisstructuur

Het rapport geeft relevante verbeterpunten aan voor de nationale crisisstructuur. Daarbij gaat het onder andere om duidelijkheid scheppen over de betekenis van het afkondigen van dreigingsniveau 5 en het maken van afspraken over het delen van relevante (opsporings-) informatie. 
Bestaande operationele procedures van de crisisorganisaties zijn hierop inmiddels aangescherpt en afspraken over de aansturing in een crisissituatie zijn herzien om de onderlinge samenwerking te optimaliseren. Op dit moment geldt de afspraak dat bij afkondiging van dreigingsniveau 5 de NCTV meer afstemming zoekt met het lokaal bestuur. 
Daarnaast wordt gewerkt aan een met alle partijen afgestemd stappenplan met een duidelijk handelingsperspectief in de vorm van een aanpassing van de Handreiking Terrorismegevolgbestrijding of een Landelijk Crisisplan Terrorisme en Terrorismegevolgbestrijding. 
 

Signalen van radicalisering

Ook met het oog op terrorismebestrijding zijn lessen te trekken. De NCTV coördineert de inspanningen van alle partijen in Nederland die een rol hebben bij terrorismebestrijding. Dat zijn er veel, want terrorismebestrijding bestrijkt een breed gebied en bestaat uit een combinatie van preventieve en regressieve maatregelen. 
Belangrijk onderdeel ervan is om signalen van (gewelddadig) extremisme en terrorisme vroegtijdig te herkennen en op te volgen. Dat vraagt dat betrokken organisaties bij signalen van radicalisering alert zijn, adequaat handelen en informatie delen. 
Sinds de tramaanslag zijn meerdere stappen gezet bij verschillende ketenpartijen om de informatiedeling te optimaliseren, zowel binnen detentie als tussen justitiële inrichtingen en ketenpartners, zoals gemeenten. Zo is in januari 2019 gestart met het vormgeven van het Meldpunt Radicalisering en het Multidisciplinair Afstemmingoverleg Resocialisatie (MAR), dit traject is als gevolg van de aanslag versneld uitgerold. 
Ook wordt de communicatie tussen Dienst Justitiële Inrichtingen en het OM over strafbare feiten die in detentie plaatsvinden, meer gestructureerd. 
 

Tot slot

De aanslag in Utrecht heeft de alertheid van de overheid verder vergroot. Geconstateerde knelpunten zijn aangepakt en werkwijzen aangepast om de uitwisseling van informatie tussen de betrokken organisaties te verbeteren en de onderlinge samenwerking te versterken, met gebruik van de daarvoor beschikbare gremia. 

Voor het daderprofiel van T. – waarvan het laatste Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (nummer 54) stelt dat hiervan op dit moment de grootste dreiging uitgaat - is een aanpak gericht op het vroegtijdig onderkennen van signalen van extremisme en terrorisme. 
Ook met het doorvoeren van alle genoemde verbeteringen kunnen er geen garanties worden gegeven dat dergelijke aanslagen kunnen worden voorkomen. De NCTV is zich er van bewust dat het dreigingsbeeld veranderlijk is. Dit betekent dat de ketenpartners betrokken bij de aanpak van terrorisme voortdurend kritisch kijken naar wat goed werkt en waar verbeteringen nodig zijn, zodat risico’s zo goed mogelijk kunnen worden beheerst.
 

Documenten