
Het Calamiteitenhospitaal staat altijd paraat
Dubbelinterview met Mirjam de Jong en Margreeth Fernhout van het UMC Utrecht
Wie door het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) loopt, merkt niet dat onder de begane grond iets heel bijzonders verscholen ligt. Namelijk: nóg een ziekenhuis. Tweehonderd bedden, medische apparatuur en op de vloer gekleurde lijnen die hulptroepen de weg wijzen binnen het enige Calamiteitenhospitaal dat onze wereld kent. Alles staat klaar om na een ramp binnen dertig minuten slachtoffers te helpen.
Noodhulp bieden stroomt door de aderen van Mirjam de Jong, een nuchtere traumachirurg en de medisch manager van het Calamiteitenhospitaal. Ook woordvoerder voor het UMC Utrecht Margreeth Fernhout weet wat haar te doen staat als de adrenaline door haar lijf giert. Allebei vervullen zij een belangrijke rol in de crisisorganisatie- en oefening van het ziekenhuis. Samen vertellen ze wat het Calamiteitenhospitaal precies doet, wat daarbij komt kijken en hoe we dat kunnen plaatsen in de tijd van nu, waarin spanningen in de wereld hoog oplopen en dreigingen complex zijn.
Van atoombunker naar ziekenhuis voor flitsrampen
Het Calamiteitenhospitaal werd aanvankelijk gebouwd als atoombunker. Een wet die burgers moest beschermen tijdens de Koude Oorlog verplichtte de bouw van zo’n schuilplek bij het reguliere ziekenhuis. Later verviel die verplichting, maar vanuit Defensie kwam wel vraag naar een noodhospitaal. Na het uitbreken van de Golfoorlog in 1990 is het hospitaal versneld operationeel geworden. Mirjam: "Omdat de civiele gezondheidszorg een efficiëntieslag maakte was er weinig reservecapaciteit meer in ziekenhuizen. De behoefte aan een buffer groeide en het zorgde voor het ontstaan van het Calamiteitenhospitaal, een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Defensie en het UMC Utrecht."
Ze gaan open bij flitsrampen, vertelt Mirjam: "Zoals grote incidenten in Nederland die de reguliere zorgcapaciteit te boven gaan. Denk aan busongevallen, branden in verpleeghuizen, maar ook een ziekenhuis met wateroverlast dat moet evacueren. In militaire scenario's kunnen we ook open gaan. Internationaal kan je denken aan groepen Nederlanders die in het buitenland betrokken raken bij een incident. Maar de overheid kan er ook voor kiezen om vanuit humanitair oogpunt open te gaan voor slachtoffers uit het buitenland. In 2011 vingen we vijftig Libische slachtoffers van de burgeroorlog op. En we kunnen patiënten opvangen met complexe infectieziekten, zoals ebola of SARS."
Explosie in centrum Utrecht
15 januari opende het Calamiteitenhospitaal nog zijn deuren, toen een explosie in het centrum van Utrecht een ravage achterliet. Mirjam: "Het Calamiteitenhospitaal is opengegaan op basis van de eerste melding: dat er zeer waarschijnlijk meer dan 10 slachtoffers kwamen vanaf een locatie die slechts 10 minuten van ons ligt. Het duurde lang voordat het slachtofferbeeld echt duidelijk was, omdat het ongevalsterrein lastig bereikbaar was. Achteraf viel het gelukkig mee en hebben we 'maar' 1 slachtoffer opgevangen. Toch is het fijn dat iedereen paraat stond en het ons lukte om binnen 23 minuten alles klaar te hebben staan."
Aan Margreeth onder andere de taak om gedurende de ontwikkelingen te reageren op media. Of eigenlijk: om niet te reageren. Dat legt ze uit: "Media willen in het Calamiteitenhospitaal komen kijken en vragen of we hen op radio of televisie te woord willen staan. We houden dat af, want het is niet aan ons om in die fase van de crisis op de voorgrond te treden. Onze aandacht gaat uit naar de slachtoffers en hun verwanten. Communicatie naar hen moet volledig en juist zijn, media komen later."
"Tijdens crises houden we media af. Onze aandacht gaat dan uit naar slachtoffers en hun verwanten. Communicatie naar hen moet volledig en juist zijn."
Beeld: © NCTV / Nadine van den Berg
Het draait om de getroffenen
Het noodziekenhuis opent ten dienste van slachtoffers van een ramp. Dat is niet het moment om zelf te schitteren in communicatie, benadrukt Margreeth. "Onze voornaamste rol hebben we richting mensen die hier liggen en hun verwanten. Dáár gaat het om, de getroffenen."
Een van de uitdagingen in hun communicatie is om het noodziekenhuis uit de onbekendheid te halen. Dat blijkt recent ook weer, vertelt Margreeth: "Een misverstand wat opdook was dat media dachten wij in allerijl iets hadden opgetuigd. Met bij wijze van spreken veldbedden op een parkeerplaats. Terwijl het Calamiteitenhospitaal een bestaande voorziening is die juist voor dit soort situaties altijd klaarstaat."
Crisiscommunicatie in het UMC Utrecht kan over van alles gaan: "Omdat het een organisatie is die alle aspecten in huis heeft. We doen een cyberoefening met de ICT-afdeling. Om te snappen hoe het zit met de drinkwatervoorziening ben ik met de collega's van de facilitaire dienst op pad geweest. We hebben een Vodafone-storing gehad waardoor we in het ziekenhuis elkaar intern niet konden bereiken en we voor patiënten van buiten ook niet bereikbaar waren. Dan zit je weer met hele andere mensen aan tafel. Die veelzijdigheid is heel leuk. Alles echt goed begrijpen is daardoor misschien wel het moeilijkste, omdat de situaties zo verschillen. Als we morgen een enorme overstroming hebben, dan brengt dat weer nieuwe vraagstukken mee waar ik in moet duiken."
Een serieuze taak in een serieuze tijd
Het Calamiteitenhospitaal is juist in deze huidige tijd belangrijk, vervolgt Mirjam. "De zorg is zo efficiënt geworden dat we eigenlijk elke dag moeite hebben om acute zorg een plekje te geven. Als er ijs ligt en iedereen gaat schaatsen, dan lopen we al over. Dus dan heb je een soort buffercapaciteit nodig. En er is op dit moment een hele hoop onrust in de wereld. De kans dat Nederland daarbij betrokken raakt is steeds groter. De kans dat grote groepen militairen gewond kunnen gaan raken is dichterbij dan tien jaar geleden. Wat dat laatste betreft leren we veel van de patiënten die we ontvangen uit Oekraïne."
Ook Margreeth voelt de urgentie. "De scenario's die we oefenen en de vraagstukken die door de crisisorganisatie worden neergelegd zijn een stuk heftiger. Voorheen vroegen we: kan ons ziekenhuis draaien op het moment dat alle ICT-systemen eruit liggen? Dan ga je ervan uit dat er alleen met jouw ziekenhuis iets mis is. Nu vragen we: stel dat er een gecoördineerde aanval is en alle ziekenhuizen in jouw regio liggen eruit, hoe bereiden we ons daarop voor? In de communicatie ben ik bovendien nadrukkelijker gaan uitdragen dat we hier heel nauw samenwerken met Defensie. Want het Calamiteitenhospitaal heeft een rol in de weerbaarheid van Nederland en de zorg."
Een fictieve raketinslag
Goed voorbereid zijn doen ze onder andere door grote oefeningen te doen. Het scenario van de laatste oefening was een raketinslag op een gebouw. 160 slachtofferacteurs speelden de rollen van kinderen, volwassenen en militairen die gefaseerd binnenkwamen in het Calamiteitenhospitaal. Mirjam: "We kijken dan bijvoorbeeld wat voor letsel dat kan opleveren, maar ook wat er in de voorbereiding nodig is om langer open te moeten. Als er bijvoorbeeld een grote groep militairen naar Nederland komt. Eigenlijk willen wij niet langer dan vijf dagen open. Want de zorg in het UMC Utrecht moet afschalen omdat je veel personeel vraagt. En de omgeving is anders dan in een normaal ziekenhuis. Het is gericht op wat er medisch nodig is, je ligt dicht op elkaar. Het is dus niet comfortabel voor de patiënt om hier langer te liggen. Maar als het moet, dan moet het."
"De scenario's die we oefenen en de vraagstukken die door de crisisorganisatie worden neergelegd worden steeds heftiger."
Genoeg trainen
Een van de taken van Margreeth is zorgen dat er genoeg getraind wordt. Zij bedenkt bij een oefening hoe de crisiscommunicatie aan bod kan komen. "Ik boots bijvoorbeeld een situatie na met journalisten die de woordvoerder stuk bellen met allerlei vragen. Ik maak met ChatGPT een tijdlijn waarin berichten uit de media zijn opgenomen. En de interne communicatie moet natuurlijk ook op orde zijn. Er zijn veel mensen die bellen naar het ziekenhuis, die familie hier hebben liggen. Dan wil je iedereen in het ziekenhuis wel voorzien van goede spreeklijnen."
Naast een goede voorbereiding kan oefenen ook duidelijk maken of het eigenlijk wel bij je past om te werken in een crisisteam, zegt Margreeth. "Twee jaar geleden deden we alsof een parkeergarage pal naast ons was ingestort. Je hoorde mensen schreeuwen, er was veel rook. Daardoor voelde het heel levendig en ervaardem deelnemers ook goed de druk. Als lid van een crisisteam kan je er zo achter komen of die warme fase eigenlijk wel wat voor je is. Sommige collega’s voelen dan plots: dit is niet voor mij, ik ben liever actief in de koude fase. En dat is helemaal prima."
Beeld: © NCTV / Nadine van den Berg
Tramaanslag Utrecht zorgde voor beter nazorg medewerkers
De medisch manager heeft al een aantal openstellingen meegemaakt, waarvan de tramaanslag in Utrecht het meest impact maakte. "Dat had te maken met het stempel terrorisme dat erop zat. Een groot deel van het personeel komt uit Utrecht zelf. Zij hebben misschien kinderen op school in de buurt en maken zich zorgen. En ze zijn lang op zoek geweest naar de verdachte, dat brengt spanning met zich mee. Wie weet wordt de dader hier gewond binnengebracht, daar moet je rekening mee houden."
"Angst, dat krijg je niet geoefend. Er was best wat personeel dat er de dagen na de aanslag last van had en ons nazorgsysteem werd nog niet gevonden door het personeel. Daar hebben we veel van geleerd. Je kunt hulp beter een keer te veel aanbieden dan te weinig. Nu is het een structureel onderdeel van een openstelling. Er loopt bijvoorbeeld een klinisch psycholoog rond die kijkt of het personeel wel fit to perform is."
Zelf had Mirjam er niet veel last van: "Ik ben luchtig ingesteld. Kijk, we trainen hier heel veel voor. Dus op het moment dat we opengaan, denk ik: dit gaan we goed doen. Dit zijn onze uitdagingen en die gaan we niet uit de weg. Als je heel veel traint en je gaat uiteindelijk wedstrijd spelen, dan ga je ervoor."







