Een zeer klein deel van de anti-institutioneel extremisten is bereid en in staat om terroristisch geweld te gebruiken. Deze dreiging is voorstelbaar en tevens onvoorspelbaar. Vaak is de ernst van hun geweldsintenties lastig in te schatten en kan een veelvoud aan factoren, waaronder persoonlijke triggers, een geweldsmotiverende rol spelen. De aanhoudingen van anti-institutioneel extremisten in 2024 en 2025 hebben de potentiële geweldsdreiging niet geheel weggenomen. Daarnaast kunnen agressie, bedreigingen en intimidaties vanuit de bredere anti-institutioneel extremistische beweging het functioneren van het openbaar bestuur en democratische rechtsorde ondermijnen.
Klein deel anti-institutioneel extremisten is bereid tot geweld tegen ‘kwaadaardige elite’
Het extremistische deel van de anti-institutionele beweging in Nederland gelooft in de complottheorie dat een kwaadaardige elite samenspant tegen de burger en die onderdrukt, uitbuit of zelfs vermoordt. Deze elite zou zich niet alleen binnen de overheid bevinden, maar ook binnen andere instituties, zoals de media, de wetenschap en de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht. Met een ‘verborgen agenda’ en geënsceneerde crises zou de kwaadaardige elite uit zijn op totale wereldcontrole.
Het complot over het bestaan van een kwaadaardige elite vormt het overkoepelende narratief binnen het anti-institutioneel extremisme. Daarnaast bestaan er verschillende subnarratieven die elk hun eigen invulling geven aan het vijandbeeld. Een prominent subnarratief binnen het anti-institutioneel extremisme is die van de soevereinen.
De overtuiging dat een kwaadaardige elite bewust de samenleving schaadt, leidt bij bepaalde aanhangers van het anti-institutioneel extremisme tot sterke (existentiële) crisisgevoelens. Soms krijgt dit crisisbesef een religieuze of spirituele lading, met het idee van een naderende eindstrijd tussen goed en kwaad. Ondanks de aanwezigheid van deze sterke crisisgevoelens, is het overgrote deel van de anti-institutioneel extremistische beweging in Nederland niet gewelddadig. Sommigen treffen voorbereidingen op een aanstaande crisis of oorlog met de elite, bijvoorbeeld door middel van preppen. Een zeer klein deel van de anti-institutioneel extremisten in Nederland heeft wel gewelddadige intenties en sluit een offensieve aanpak niet uit: zij geloven nu al in oorlog te zijn met de kwaadaardige elite en zien gewelddadige confrontatie daarom als legitiem.
Deel van geweldsbereide anti-institutioneel extremisten heeft middelen om aanslagen te plegen
Binnen de bredere anti-institutionele extremistische beweging in Nederland is er vrijwel geen sprake van formele organisatiestructuren en ontbreekt het aan centraal leiderschap of een gedeelde visie op hoe de wereld eruit zou moeten zien. Wel zijn er diverse aanjagers die bijvoorbeeld lezingen organiseren, cursussen geven of pseudo-juridische diensten aanbieden. Interacties met soortgelijke bewegingen in het buitenland zijn beperkt en samenwerking is afwezig.
Een deel van de geweldsbereide anti-institutioneel extremisten in Nederland beschikt naast de intentie tevens over de capaciteiten om een gewelddadige dreiging te kunnen vormen. Zij hebben vaak meer kennis over én vaardigheid in het gebruik van gewelddadige middelen dan andere extremisten. Veel van hen hebben een fascinatie voor wapens en oefenen actief met het gebruik ervan. Vaak hebben zij een breed arsenaal aan (legale) wapens, zoals messen, wapenstokken, kruisbogen en luchtdrukwapens. De luchtdrukwapens waarover zij beschikken kunnen op korte en middellange afstand dodelijk zijn. Daarnaast trachten enkelen om illegale vuurwapens te kopen.
Anti-institutioneel extremisten dragen bij aan intimidatie en bedreigingen
Er is sprake van een algemene verharding en normvervaging in Nederland. Soms zijn extremisten dader of spelen zij een aanjagende rol, maar vaak zijn incidenten niet, of niet direct, te herleiden tot een vorm van extremistisch gedachtegoed. De verspreiding van complottheorieën, mis- en desinformatie door anti-institutioneel extremisten draagt er wel aan bij dat onder meer politici, wetenschappers en journalisten te maken krijgen met bedreiging, intimidatie en geweld.
Het afgelopen decennium is er in Nederland een toename van fysieke en online bedreigingen of intimidatie van politici. Een kwart van de Tweede Kamerleden krijgt momenteel een vorm van beveiliging. Vergeleken met 2014 is het aantal gevallen gerelateerd aan decentrale politici verdubbeld en sinds het piekjaar 2022 nagenoeg gelijk gebleven. Een groot deel van de bedreigingen is te herleiden tot anti-institutioneel extremisten. In 2024 kreeg bijna de helft van politieke ambtsdragers op decentraal niveau te maken met een vorm van agressie. Rond de zestig procent hiervan speelt zich af in het online domein. Vrouwen krijgen hierbij anderhalf keer vaker te maken met agressie dan mannen, zowel online als offline. De onverminderd grote hoeveelheid agressie tegen ambtsdragers ondermijnt het functioneren van het openbaar bestuur en daarmee de democratische rechtsorde. Lokale politici durven niet altijd meer vrijuit te spreken en mensen stellen zich minder snel verkiesbaar.
Aanhoudingen nemen terroristische dreiging niet geheel weg, ook spontane geweldsincidenten blijven
In zowel 2024 als 2025 zijn er anti-institutioneel extremisten aangehouden op verdenking van onder meer het voorbereiden van een terroristisch misdrijf en deelname aan een terroristische organisatie. Bij deze aanhoudingen zijn wapens, munitie en mogelijk explosieven aangetroffen. Enkele verdachten zouden de intentie hebben om geweld te plegen tegen instituties of overheidsfunctionarissen. De aanhoudingen en bewapening bevestigen dat een klein deel van de anti-institutioneel extremistische beweging potentieel geweld kan plegen. De recente aanhoudingen nemen deze dreiging niet geheel weg.
Op 28 november heeft de rechter geoordeeld ten aanzien van de groep die in 2024 was aangehouden dat er geen sprake was van een terroristische organisatie, maar wel van een criminele organisatie. Een deel van de groep is veroordeeld voor lidmaatschap hiervan. De rechtbank oordeelde ook dat deze organisatie opruide tot een terroristisch misdrijf. Door te pleiten voor lokale milities en burgerarresten konden anderen bewogen worden tot het daadwerkelijk overgaan tot bewapening en fysiek geweld. Een deel van de groep werd daarnaast veroordeeld voor verboden wapenbezit.
Hiernaast leidt anti-institutioneel gedachtegoed bij sommigen ook tot spontane, niet voorbereide geweldsuitingen. Dit vindt voornamelijk plaats wanneer anti-institutioneel extremisten in aanraking komen met vertegenwoordigers van de overheid.
Anti-institutionele complottheorieën versterken institutioneel wantrouwen en vijandbeelden en legitimeren soms (impliciet) geweld. Dit draagt eraan bij dat onder meer politici, wetenschappers en journalisten te maken krijgen met bedreiging, intimidatie en geweld.
Audiofragment over anti-institutioneel terrorisme en extremisme
Anti-institutioneel
Anti-institutioneel
DownloadInterviewer: Laten we kijken naar de anti-institutionele beweging in Nederland. De laatste jaren was er veel aandacht voor wat we toen soevereinen noemden. Is dat hetzelfde?
Spreker 2: Ja, goede vraag, want we zien ook in de media dat deze termen eigenlijk heel vaak door elkaar worden gebruikt en dat soeverein eigenlijk als een soort synoniem worden gebruikt voor anti-institutioneel extremisten. Ik denk dat het belangrijk is om de nuance te maken dat. Daarnaast bestaan er allerlei verschillende subnarratieven die elk hun eigen invulling geven aan het vijandsbeeld. De soevereine zijn daar een heel prominent voorbeeld van. Zij beschouwen de overheid als illegitiem en beroepen zich op natuur of gewoonterecht en proberen zo autonoom mogelijk te leven. Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld het narratief van satanistisch ritueel kindermisbruik. Zij geloven dat de elite zich niet alleen schuldig maakt aan onderdrukking van de bevolking, maar ook aan kinderhandel en kindermisbruik. Belangrijk is om te vermelden dat deze narratieven niet vastomlijnd zijn, maar ook elkaar kunnen overlappen en versterken.
Interviewer: En hoe ziet die dreiging er dan uit van de anti-institutioneel extremisten?
Spreker 2: De dreiging vanuit anti-institutioneel extremisme is de afgelopen periode onveranderd aanwezig. We zien dat een zeer klein deel van de anti institutionele extremistische beweging in staat en bereid is om terroristisch geweld te gebruiken. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan tegen vertegenwoordigers van wat zij zien als de kwaadaardige elite. En omdat die kwaadaardige elite eigenlijk als een soort belangrijkste vijand wordt gezien, denken wij dat deze geweld dreiging zich meer uit in kleinschalige geweldsincidenten dan echt grootschalige terroristische aanslagen gericht op burgers. Daarnaast, je hebt dus de dreiging van terroristisch geweld, zien we ook meer spontane ad hoc geweldsuitbarstingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als anti institutioneel extremisten in aanraking komen met vertegenwoordigers van de overheid. Bijvoorbeeld als jeugdzorg op de stoep staat of deurwaarders. Dan kunnen deze groepen deze mensen bedreigen, intimideren of zelfs overgaan tot geweldpleging. Daarnaast zien we dat agressie, bedreigingen en intimidaties vanuit een bredere anti institutionele beweging het functioneren van het openbaar bestuur en het democratische rechtsorde ondermijnen. Deze anti institutionele complottheorieën kunnen het wantrouwen in de instituties versterken, bijdragen aan vijandbeelden en soms geweld legitimeren.
Interviewer: En als we dan inzoomen op die terroristische dreiging, zijn daar voorbeelden van te geven.
Spreker 2: In zowel 2024 als 2025 zijn er verschillende anti institutioneel extremisten aangehouden op verdenking van onder meer het voorbereiden van een terroristisch misdrijf en deelname aan terroristische organisaties. En wat we zagen bij deze aanhouding is dat er ook wapens, munitie en mogelijk explosieven werden aangetroffen. Dit laat zien dat deze verdachten echt gewelddadige intenties hadden en ook misschien wel bereid waren om geweld te plegen tegen instituties en overheidsfunctionarissen. Daarnaast zien we dat zij ook de capaciteiten hebben om daadwerkelijk een gewelddadige dreiging te kunnen vormen. Ze zijn vaak getraind in het gebruik van wapens en beschikken ook vaak een breed arsenaal aan verschillende soorten wapens. Kun je bijvoorbeeld denken aan messen, wapenstokken, maar ook kruisbogen en luchtdruk wapens.
Interviewer: Je zegt dat er de afgelopen jaren diverse mensen zijn aangehouden op verdenking van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Welk effect hebben deze aanhoudingen gehad?
Spreker 2: Met deze aanhoudingen is de dreiging vanuit het anti institutioneel extremisme niet geheel weggenomen. Wel is het een hele belangrijke nuance dat slechts een zeer klein deel van deze groep daadwerkelijk geweld bereid is. Er is goed zicht op deze groep en de acute dreiging vanuit deze groepen die nu onder proces staan waar nu een proces tegen loopt. Die is natuurlijk wel weggenomen, maar het blijft wel dat de bredere dreiging van een anti institutioneel extremistische beweging in stand blijft.
Interviewer: En hoe zit het dan met de soevereinen?
Spreker 3: Het grootste gedeelte van de soevereine bewegingen is in Nederland geweldloos. Daarnaast is er een groep die uiteindelijk de strijd tegen de overheid als onvermijdelijk beschouwt. Daar komt natuurlijk wel een geweldsdreiging van uit. En dan is er nog een groep van mensen die zich probeert af te zonderen van de overheid, maar daardoor in conflict komt met de overheid. Bijvoorbeeld mensen die hun kinderen van school halen. Die komen in contact met de leerplichtambtenaren, mensen die geen belasting meer willen betalen of hun boetes niet meer willen betalen. Dan komt uiteindelijk toch de politie aan de deur. Dan kan dat natuurlijk ook wel leiden tot geweldsincidenten.
