Meerdere tientallen anti-institutioneel extremisten zijn bereid en in staat om terroristisch geweld te gebruiken. Verder kunnen agressie, bedreigingen en intimidaties vanuit de bredere anti-institutioneel extremistische beweging het functioneren van het openbaar bestuur en democratische rechtsorde ondermijnen.

Vijanddenken, crisisgevoelens, bewapening en legitimering verzet kunnen leiden tot geweld

Het extremistische deel van de anti-institutionele beweging in Nederland gaat uit van de complottheorie dat een kwaadaardige elite samenspant tegen burgers en hen onderdrukt, uitbuit of zelfs vermoordt. Daarbij circuleren verschillende subnarratieven die het vijandbeeld verder invullen.

In reactie hierop treffen sommigen voorbereidingen op een vermeende naderende crisis. Zo wordt binnen bepaalde anti-institutionele kringen het aanschaffen van en trainen met wapens gelegitimeerd of actief aangemoedigd. Daarnaast maakt het idee van ‘het recht op verzet’ tegen de vermeende elite, deel uit van het anti-institutionele narratief. Dit blijft vaak beperkt tot (theoretische) discussies, maar in sommige gevallen wordt openlijk opgeroepen tot (gewapend) verzet. Het vijanddenken in combinatie met het legitimeren van verzet en zelfbewapening kan de drempel tot geweld verlagen. Meerdere tientallen van de anti-institutioneel extremisten in Nederland is bereid en in staat om terroristisch geweld te gebruiken.

De afgelopen jaren zijn er diverse anti-institutioneel extremisten opgepakt onder meer op verdenking van terrorisme. Dergelijke aanhoudingen bevestigen voor een deel van de aanhangers hun bestaande wereldbeeld. Zij zien de arrestaties als bewijs dat de overheid burgers onderdrukt.

Aanjagers spelen belangrijke rol binnen anti-institutionele beweging

Tijdens en kort na de coronapandemie groeide de anti-institutionele beweging. Op dit moment is de beweging zeker niet kleiner geworden. Binnen deze beweging zijn er tientallen aanjagers die het narratief actief uitdragen. Netwerken die tijdens de coronapandemie zijn ontstaan blijven deels bestaan.

Zeer klein deel nog altijd bereid en in staat terroristisch geweld te gebruiken, risico spontane geweldsuitingen blijft

Hoewel diverse aanhoudingen van anti-institutioneel extremisten in 2024 en 2025 de directe dreiging vanuit deze twee groepen wegnamen, gaat van een zeer klein deel van de anti-institutionele beweging nog steeds een terroristische geweldsdreiging uit. Zij zien een gewelddadige confrontatie met de vermeende kwaadaardige elite als legitiem. Deze geweldsdreiging is vaak gericht op regionale of lokale doelwitten.

Een deel van de geweldsbereide anti-institutioneel extremisten in Nederland beschikt niet alleen over de intentie maar ook over de capaciteit om een gewelddadige dreiging te vormen. Zij hebben vaak relatief veel kennis over én vaardigheid in het gebruik van gewelddadige middelen.

Indien personen uit de bredere anti-institutionele beweging in aanraking komen met vertegenwoordigers van de overheid, zoals deurwaarders, politieagenten, jeugdzorgmedewerkers of andere ambtenaren, kan dit in sommige gevallen leiden tot spontane, niet-voorbereide geweldsuitingen. In enkele gevallen leidt dit tot zeer ernstige geweldsincidenten.

Anti-institutionele complottheorieën kunnen intimidatie, doxing en geweld legitimeren

Onder meer politici, wetenschappers, journalisten en andere ambtsdragers worden door anti-institutioneel extremisten veelal persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor het uitvoeren van de agenda van de ‘kwaadaardige elite’ of zelf als vertegenwoordiger van deze ‘elite’ gezien. Dit draagt eraan bij dat zij te maken krijgen met intimidatie, doxing en geweld, waarbij anti-institutioneel extremisten bijvoorbeeld oproepen tot burgerarresten en ‘tribunalen’. Bedreigingen en agressie tegen ambtsdragers ondermijnen het functioneren van het openbaar bestuur en instituties en daarmee de democratische rechtsorde.

Audiofragment over anti-institutioneel terrorisme en extremisme

Anti-institutioneel terrorisme en extremisme

0:00
0:00
-0:00