Statelijke actoren vergroten hun cybercapaciteiten om, als onderdeel van hybride en militaire conflictvoering, hun politieke, militaire en economische doelen te bereiken. Van China, Rusland, Iran en Noord-Korea is al langer bekend dat zij een offensief cyberprogramma hebben dat zich ook op Nederland richt. Daarnaast beschikken steeds meer andere landen al over zo'n programma, of ontwikkelen er een. Nederlandse (overheids)organisaties, bedrijven en burgers zijn geregeld slachtoffer van cyberaanvallen van statelijke actoren.
Door de groeiende competitie tussen grootmachten en geopolitieke spanningen is de wereld rondom Nederland en Europa instabieler en onveiliger. Dit uit zich onder andere in een toename van de inzet van hybride activiteiten. Daarmee bedreigen statelijke actoren de Nederlandse nationale veiligheid, terwijl zij onder de drempel van een gewapend conflict blijven. Zij doen dit onder meer met fysieke en digitale sabotage, spionage, heimelijke beïnvloeding en economische druk.
In dit kader maken statelijke actoren ook veelvuldig gebruik van cyberaanvallen om hun politieke, militaire en economische doelen te bereiken. Cyberactiviteiten van statelijke actoren staan dus niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een breder hybride instrumentarium van fysieke en digitale middelen. Cyberaanvallen zijn daarin aantrekkelijk voor statelijke actoren. Ze kunnen wereldwijd worden ingezet, zijn moeilijk te herleiden naar de daders en zijn relatief goedkoop in verhouding tot de schade die ze kunnen aanrichten.
Ook in militaire conflicten zijn cyberaanvallen inmiddels onmisbaar. Verschillende landen zetten in tijden van oorlog cyberaanvallen in als opstap naar en ondersteuning van fysieke militaire aanvallen. Voorafgaand aan en tijdens militaire conflicten saboteren landen via cyberaanvallen elkaars kritieke infrastructuur. Denk hierbij aan:
- energiesystemen
- telecommunicatie
- transport
Soms hebben statelijke actoren al ver voor zo’n conflict strategische posities binnen de systemen en kritieke infrastructuur van andere landen verkregen. Deze posities kunnen ze op een later moment inzetten, bijvoorbeeld tijdens een toekomstig conflict.
Het toenemende gebruik van cyberaanvallen in militaire conflicten is ook relevant voor de Nederlandse nationale veiligheid. Het is immers voor het eerst in lange tijd reëel dat Nederland, op grond van artikel 5 van het NAVO-verdrag (de collectieve verdedigingsclausule), direct betrokken raakt bij een grootschalig gewapend conflict.
