Cybercriminaliteit is inmiddels uitgegroeid tot een effectief georganiseerd ecosysteem met professionele samenwerkingsverbanden. Cybercriminelen lijken zich in toenemende mate te richten op het stelen van grote hoeveelheden data, om daarmee bedrijven en organisaties af te persen, om de data te gebruiken voor andere cyberaanvallen of door te verkopen aan andere criminelen of statelijke actoren.
Het cybercriminele ecosysteem is uitgegroeid tot een industrie van specialisten die verschillende schakels van een cyberaanval ontwikkelen, aanbieden en inkopen. Om cyberaanvallen uit te voeren stellen criminelen opportunistisch en vaak tijdelijk aanvals- ketens samen: van (digitale en financiële) infrastructuur en verhulling tot toegang en exploitatie. Dit heet cybercrime-as-a-service. Cybercrime-as-a-service verlaagt de drempel voor cybercriminaliteit. Waar een cybercrimineel of cybercriminele groep eerder alle capaciteiten zelf in huis moest hebben, kunnen zij die nu relatief gemakkelijk inkopen of uitbesteden. Daarnaast zijn cybercriminelen zeer innovatief en spelen zij snel in op nieuwe ontwikkelingen, zoals op het gebied van AI. Door de doorlopende professionalisering en industrialisering van het ecosysteem zijn cybercriminelen beter dan ooit in staat om hun identiteit te verhullen, processen te automatiseren en het voor nieuwe criminelen gemakkelijker te maken om in te stappen.
Ondanks beloftes van cybercriminelen en positief klinkende berichtgeving van getroffen organisaties blijkt uit verschillende opsporingsonderzoeken van de Nederlandse politie dat het betalen van losgeld na datadiefstal geen garantie biedt dat gestolen gegevens daadwerkelijk worden verwijderd.
De omvangrijke schaal waarop datadiefstal plaatsvindt, kan de nationale veiligheid op verschillende manieren schaden. Datadiefstal schendt de vertrouwelijkheid van persoonsgevoelige gegevens. Kwaadwillenden kunnen diverse datasets bovendien combineren en verrijken. De gestolen data kan worden verrijkt met informatie afkomstig van andere cyberaanvallen of met publiek beschikbare informatie. Dat kan leiden tot zeer gedetailleerde datasets met daarin profelen van personen. Het kan bijvoorbeeld gaan om profielen van politici of andere personen op gevoelige(overheids)functies, maar ook om bedreigde personen of leden van diasporagemeenschappen uit landen met autoritaire regimes. Wanneer die datasets of profielen worden gedeeld met andere kwaadwillenden, is dat een opstap naar digitale en mogelijk ook fysieke spionage, monitoring of intimidatie.
De datahonger van organisaties en bedrijven vergroot de impact van cyberaanvallen waarbij data wordt gestolen of gelekt. Het verzamelen en verwerken van grote hoeveelheden persoonsgegevens is voor veel bedrijven een belangrijk onderdeel van hun verdienmodel, zelfs als dat niet is toegestaan onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In sommige gevallen gaat dit echter ver voorbij wat strikt noodzakelijk is voor hun dienstverlening. Wanneer dergelijke gegevens centraal worden beheerd en langdurig bewaard, zijn ze zeer interessant voor kwaadwillenden zoals cybercriminelen.
