Hieronder vind je veelgestelde vragen over het stelsel beveiligen van personen.
Vragen en antwoorden
Iedere burger heeft recht op bescherming tegen ernstige dreiging op het leven gericht. De overheid heeft een generieke zorgplicht voor al haar burgers, en heeft daarvoor een palet aan instrumenten beschikbaar. Dreigingen moeten in beginsel worden weggenomen door het palet van preventie, handhaving en van de openbare orde, opsporing en vervolging.
Het taakveld bewaken en beveiligen omvat het stelsel beveiligen van personen, het lokaal domein en het bewaken en beveiligen van objecten en diensten.
Het stelsel beveiligen van personen omvat de personen op de limitatieve lijst en personen met een dreiging op het leven gericht.
Beveiliging door het stelsel voor personen buiten de limitatieve lijst wordt in beginsel alleen ingezet bij een dreiging op het leven vanuit een van deze vier fenomenen:
- Georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Dit zijn groepen criminelen die iemand bewust proberen te intimideren of uit te schakelen;
- Terrorisme. Dit is geweld dat voortkomt uit ideologische motieven;
- Een geradicaliseerde eenling. Denk aan iemand die extremistische ideeën steeds meer omarmt;
- Statelijke actoren. Dit zijn buitenlandse overheden die personen in Nederland bedreigen.
De personen op de zogenoemde limitatieve lijst worden automatisch opgenomen in het stelsel beveiligen van personen. Op deze limitatieve lijst staan de volgende personen/groepen van personen:
- Personen ten aanzien van wie door de aard en/of herkomst van de dreiging en de functie van de persoon in beginsel de kans aanwezig is dat de nationale of internationale democratische rechtsorde wordt geschaad en/of de veiligheid van de Staat in het geding is;
- Bepaalde buitenlandse personen in Nederland;
- Enkele functionarissen in dienst van de Rijksoverheid of werkzaam in de (straf)rechtspleging.
Op basis van het dreigingsbeeld en een zorgvuldige en uniforme afweging komt de overheid tot een samenhangend pakket aan veiligheidsmaatregelen. De inschatting van de dreiging en het risico is leidend bij het vaststellen van de benodigde veiligheidsmaatregelen. Het dreigingsbeeld is geen statisch gegeven en wordt regelmatig geactualiseerd. Dit betekent dat de benodigde veiligheidsmaatregelen kunnen worden op- en afgeschaald wanneer de veranderende dreiging daar aanleiding toegeeft.
Capaciteit en schaarste spelen geen rol bij het vaststellen van het te realiseren niveau van beveiliging. Capaciteit en schaarste kunnen wel invloed hebben op welke, en in welke mate, (privé-)activiteiten worden gefaciliteerd binnen het benodigde weerstandsniveau.
Bij het beslissen over veiligheidsmaatregelen staat de veiligheid van de persoon, het object of de dienst centraal. Veiligheidsmaatregelen kunnen variëren van lichte maatregelen zoals extra toezicht tot zware maatregelen zoals persoonsbeveiliging en objectbeveiliging. Beveiliging is erop gericht om met zo min mogelijk impact zoveel mogelijk weerstand te creëren tegen de dreiging en het risico. (Zware) veiligheidsmaatregelen hebben grote impact op de te beveiligen persoon en diens omgeving.
De inschatting van de dreiging en het risico daarvan is leidend voor het vaststellen van het benodigde weerstandsniveau. Op deze wijze wordt er voor gezorgd dat adequate en proportionele veiligheidsmaatregelen kunnen worden getroffen en wanneer mogelijk weer worden afgebouwd.
De inschatting van de dreiging en het risico is leidend voor het vaststellen van de benodigde veiligheidsmaatregelen. Daarbij is altijd sprake van risicobeheersing, niet van risico-uitsluiting. Er bestaan altijd bepaalde risico’s en incidenten zijn nooit volledig uit te sluiten. Volledige veiligheid kan niet gegarandeerd worden.
De effectiviteit van veiligheidsmaatregelen is afhankelijk van de medewerking van de te beveiligen persoon. Indien betrokkene onvoldoende meewerkt of structureel onveilige keuzes maakt, kan dit de uitvoerbaarheid en effectiviteit van maatregelen beperken. In dergelijke gevallen beoordeelt het bevoegd gezag, op basis van alle omstandigheden van het geval, welke maatregelen nog verantwoord en operationeel haalbaar zijn. Bij zware veiligheidsmaatregelen wordt ook de veiligheid van de betrokken medewerkers bij de uitvoering van maatregelen nadrukkelijk meegewogen, indien zij door de keuzes van de te beveiligen persoon in onveilige situaties terecht komen.
De betrokkene wordt geïnformeerd over de consequenties van diens handelen en dit wordt vastgelegd. De overheid kan maatregelen beperken of aanpassen wanneer de veiligheid van de betrokkene niet langer kan worden gewaarborgd door diens handelen.
In het stelsel is sprake van een gelaagde verantwoordelijkheidsverdeling. Een persoon heeft altijd eerst een eigen verantwoordelijkheid voor zijn of haar veiligheid. En daarbij mogen zij – waar van toepassing – rekenen op de organisaties waar zij deel van uitmaken of voor werkzaam zijn. Indien de persoon, de organisatie, het bedrijf of de instelling aantoonbaar niet in staat blijkt te zijn de noodzakelijke maatregelen te treffen of hierin te voorzien dan kan de overheid aanvullende maatregelen treffen.
De overheid beschikt over verschillende bevoegdheden en instrumenten om weerstand te bieden tegen dreigingen. De noodzakelijke maatregelen verschillen per casus en bepalen zowel het type als de mate van beveiliging. Deze factoren zijn leidend voor de hoogte van de beveiligingskosten en de verdeling van de financiële verantwoordelijkheid.
Kortom, er kunnen geen formele uitspraken worden gedaan over de kosten van beveiliging. Dit komt enerzijds doordat deze sterk casusafhankelijk zijn en anderzijds doordat de betrokken entiteiten — politie, Koninklijke Marechaussee en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten — ieder op een andere wijze worden gefinancierd voor hun wettelijke taken, waarvan bewaken en beveiligen onderdeel uitmaakt.
Een persoon heeft altijd eerst een eigen verantwoordelijkheid voor zijn of haar veiligheid. En daarbij mogen zij – waar van toepassing – rekenen op de organisaties waar zij deel van uitmaken of voor werkzaam zijn. Indien de persoon, de organisatie, het bedrijf of de instelling aantoonbaar niet in staat blijkt te zijn de noodzakelijke maatregelen te treffen of hierin te voorzien dan kan de overheid aanvullende maatregelen treffen. Personen die op basis van de onder vraag 1 genoemde criteria niet in het stelsel beveiligen van personen vallen kunnen alsnog veiligheidsmaatregelen hebben. Voor andere soorten van dreigingen blijven de bestaande (lokale) gezagen verantwoordelijk. Het Openbaar Ministerie blijft zorgen voor strafrechtelijke handhaving, vervolging en het beschermen tegen strafbare feiten zoals stalking, eerwraak en dreigen met geweld. De burgemeester blijft verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, waarbij sprake is van een gelaagde verantwoordelijkheidsverdeling.