Er zijn op dit moment in Nederland personen die radicaliseren of sterk geradicaliseerd zijn en een dreiging (kunnen) vormen op de nationale veiligheid. Momenteel zijn er geen aanwijzingen dat personen in Nederland een aanslag voorbereiden. Wel is het voorstelbaar dat een eenling overgaat tot het plegen van aanslag. De afgelopen jaren zijn aanslagen in Europa veelal door islamistische en jihadistische alleenhandelende daders gepleegd, bij wie extremistisch gedachtegoed soms gepaard kan gaan met psychosociale of psychiatrische problemen. De aanslagen in Frankrijk en Oostenrijk in het najaar van 2020 passen in het beeld van de dreiging die kan uitgaan van individuen. Daarom blijft het dreigingsniveau op 3 van de 5 staan. Dat blijkt uit het 54ste Dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Nederlandse jihadistische beweging
De belangrijkste terroristische dreiging in Nederland komt nog altijd vanuit de Nederlandse jihadistische beweging. Deze dreiging lijkt in 2020 iets afgenomen in vergelijking met eerdere jaren. In Nederland is deze beweging zowel sociaal als ideologisch gefragmenteerd en ontbeert charismatisch leiderschap, hiërarchie of een sterke structuur. De NCTV stelt vast dat de druk van repressieve overheidsmaatregelen, geleid heeft tot afgenomen motivatie om activiteiten te organiseren. De geweldsdreiging blijft aanwezig omdat binnen de beweging aanslagen op Nederland nog altijd als legitiem middel worden gezien. Deze dreiging kan ook weer toenemen door bijvoorbeeld het vrijkomen van personen van een Terroristenafdeling (TA), terugkeerders of externe ontwikkelingen in binnen- en buitenland. De komende jaren zijn bepalend voor de jihadistische beweging: indien ze verder desintegreert kan dat leiden tot krimp en een minder ontvankelijke omgeving voor potentieel gevaarlijke jihadisten die uit gevangenschap terugkeren in de samenleving.
Dreigingsniveau blijft op 3
Een terroristische aanslag is voorstelbaar, de dreiging komt vooral van eenlingen.
Aanslagen in Europa zijn doorgaans provisorisch, worden gepleegd door alleenhandelende daders en kennen weinig slachtoffers. De jihadistische dreiging is geenszins verdwenen; het is aannemelijk dat kleinschalige aanslagen blijven plaatsvinden in Europa en Nederland.
Mondiaal jihadisme
ISIS vertoonde vergeleken met vorig jaar verhoogde activiteit in Syrië en Irak.
De groepering richt zich vooral op de machtspositie in de regio en heeft niet de kracht van de hoogtijdagen van haar 'kalifaat'. ISIS en al Qa’ida spelen vaak in op lokale en regionale omstandigheden.
Jihadistische beweging Nederland
De Nederlandse jihadistische beweging: verdeeld, maar onvoorspelbaar.
De beweging voelt de druk van repressieve overheidsmaatregelen. Dit heeft geleid tot afgenomen motivatie om activiteiten te organiseren. Geweldsdreiging blijft aanwezig omdat binnen de beweging aanslagen op Nederland nog altijd als legitiem middel worden gezien.
Salafisme
Ondermijnende boodschap op informele salafistische lesinstituten.
Het lesaanbod van een kleine groep informele salafistische lesinstituten bevat anti-integratieve en anti-democratische elementen. Hierdoor dragen deze lesinstituten bij aan polarisatie en radicalisering.
Rechts-extremisme
Een aanslag uit rechts-extremistische hoek blijft voorstelbaar.
Gekende groepen hebben doorgaans geringe invloed, zijn verdeeld en zoeken aansluiting bij actuele maatschappelijke thema’s. Online ontwikkelingen staan hier los van: juist op digitale platforms kunnen veelal jonge Nederlanders in kwetsbare omstandigheden mogelijk radicaliseren door contacten met gelijkgestemden.
Polarisatie en extremisme
Onrust ten tijde van COVID 19.
In het afgelopen ‘corona-jaar’ is in Nederland sprake van een wisselwerking tussen een activistische bovenlaag die in de openbare ruimte demonstreert en een radicale onderstroom die ageert tegen de coronamaatregelen. De aanhoudende coronamaatregelen kunnen met name trigger zijn voor buitenwettelijk gedrag van potentieel gewelddadige eenlingen (PGE).
Rechts-extremisme
Veelal jonge getroebleerde Nederlanders kunnen zich aangetrokken voelen tot de groeiende internationale rechts-extremistische internetwereld die op kleine schaal in het Nederlands doorklinkt in heimelijke digitale groepen. De mogelijkheid dat een extreemrechts georiënteerde alleenhandelende dader in Nederland een aanslag pleegt is voorstelbaar. Bovendien zijn er personen die vanuit rechts-extremistische, maar ook vanuit anti-overheidshoek, soms (online) dreigen met ernstig geweld. Tegelijkertijd ziet de NCTV dat dit nog niet concreet geworden is.
Onrust ten tijde van COVID-19
Met dit DTN is ook de fenomeenanalyse “De verschillende gezichten van de coronaprotesten” gepubliceerd. Hierin wordt vastgesteld dat binnen de coronaprotesten van afgelopen jaar tot op heden relatief weinig gedragingen als extremistisch zijn geduid. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk zorgen bestaan. In het afgelopen ‘corona-jaar’ is in Nederland sprake van wisselwerking tussen een activistische bovenlaag die in de openbare ruimte demonstreert en een radicale onderstroom die ageert tegen de coronamaatregelen. Hierdoor is een context ontstaan waarbinnen de drempel om tot extremistische gedragingen te komen is verlaagd. De aanhoudende coronamaatregelen kunnen met name een trigger zijn voor buitenwettelijk gedrag van potentieel gewelddadige eenlingen (PGE). Thans is er voornamelijk sprake van verstoringen van de openbare orde. De fenomeenanalyse is opgesteld in afstemming met de Nationale Politie en AIVD.

Animatie Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 54
DownloadWat gebeurt er in Nederland op het gebied van radicalisering en extremisme? En hoe zit het met terroristische dreigingen tegen Nederland? Drie keer per jaar worden die vragen beantwoord in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland: Het DTN.
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de NCTV, stelt het DTN samen op basis van informatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, politie, Nederlandse ambassades, en open bronnen zoals media en internet.
De analyse van het DTN wordt vertaald naar een dreigingsniveau: een inschatting van het risico dat Nederland te maken krijgt met een terroristische aanslag.
Bij de start in 2005 waren er vier niveaus. Sinds 2016 zijn het er vijf. Alleen op 18 maart 2019, direct na de aanslag op een tram in Utrecht, is het dreigingsniveau in de provincie Utrecht enkele uren verhoogd naar het hoogste niveau: niveau vijf. De meest recente analyse van het DTN stelt dat de terroristische dreiging in Nederland aanzienlijk is: niveau drie.
Iedereen kan op www.nctv.nl het DTN bekijken en lezen welke ontwikkelingen leiden tot het actuele dreigingsniveau.