Kabinet neemt maatregelen tegen permanente statelijke dreiging

De dreiging voor onze nationale veiligheid vanuit andere landen is permanent aanwezig. Door beïnvloeding van onze besluitvorming, digitale sabotage van onze vitale infrastructuur of politieke en economische spionage proberen landen zichzelf te bevoordelen ten koste van de Nederlandse vitale belangen en zetten zo onze open democratie onder druk. 

Statelijke dreigingen

Enkele voorbeelden van deze dreigingen zijn de verstoorde spionageoperatie van de Russische militaire inlichtingendienst gericht op de OPCW in 2018, de waarschijnlijke betrokkenheid van Iran bij vijandelijke acties op Europees grondgebied of de signalen van burgers die zich zorgen maken over hun familieleden in Xinjiang die onder druk worden gezet door Chinese autoriteiten om persoonsgegevens te delen.
 

Onder coördinatie van de minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus komt het kabinet met de aanpak tegengaan statelijke dreigingen. “Het is een ongemakkelijke constatering te zien dat onze open samenleving en economie en de vrijheden die deze openheid garanderen, landen de ruimte biedt om onze nationale veiligheid te ondermijnen en die vrijheden aan te tasten. Aan ons de stevige opdracht onze economie te beschermen door open te zijn waar het kan en waakzaam waar het moet. Dit doen we door stevig te investeren in het tegengaan van spionage, sabotage of beïnvloeding van andere landen. Zo beschermen we onze nationale veiligheid en open economie”, aldus Grapperhaus.

Dreiging op open samenleving

Deze dreigingen zetten onze open samenleving met een open economie onder druk. Het is voor het eerst dat er een landen neutrale aanpak ligt waarin zowel bij het in kaart brengen van de dreigingen als het opstellen van de tegenmaatregelen beleidsterrein overstijgend is gekeken. Deze hybride dreiging voor de nationale veiligheid kan zich richten tegen voor de democratische processen, digitalisering, economische veiligheid, internationale vrede en veiligheid, krijgsmacht en sociale stabiliteit.De aanpak bestaat uit een aantal generieke maatregelen en afspraken over samenwerking die per casus op maat worden toegepast. Maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven worden actief betrokken bij de uitvoering hiervan.Enkele voorbeelden van deze dreigingen zijn de verstoorde spionageoperatie van de Russische militaire inlichtingendienst gericht op de OPCW in 2018, de waarschijnlijke betrokkenheid van Iran bij vijandelijke acties op Europees grondgebied of de signalen van burgers die zich zorgen maken over hun familieleden in Xinjiang die onder druk worden gezet door Chinese autoriteiten om persoonsgegevens te delen.

Aanscherpen en uitbreiden maatregelen

De aanpak bestaat uit een combinatie van bestaande maatregelen, voortvloeiend uit onder andere de Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA), de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie en de Defensienota en nieuwe maatregelen. Nieuw is bijvoorbeeld een investeringstoets op nationale veiligheidsrisico’s bij overnames en investeringen en aanbestedingen. Maar het kabinet gaat ook vaker (publiekelijk) aanvallen toeschrijven aan landen. Daarnaast wordt het toezicht op studenten en onderzoekers uit risicolanden uitgebreid, om te voorkomen dat gevoelige technologie via deze weg in verkeerde handen valt. Tegelijkertijd wordt er ook geïnvesteerd in het verbeteren van de informatiepositie en informatiedeling en bewustwording om zo tijdiger zicht te krijgen op (potentiële) dreigingen.