Het audiofragment over Jihadisme uit het DTN december 2025.
Jihadisme
Jihadisme
DownloadInterviewer: Als we kijken naar de jihadistische dreiging tegen Nederland. Hoe zou je die dreiging typeren?
Spreker 2: Die dreiging blijft aanwezig en ik denk als we naar die dreiging kijken, dat we moeten opsplitsen in twee vormen. Dus we hebben allereerst de dreiging die afkomstig is van internationale terroristische jihadistische organisaties zoals ISIS of Al-Qaida, die echt van plan zijn om grote aanslagen te plegen in Europa. Daarvan zien we eigenlijk dat die dreiging waarschijnlijk tijdelijk is afgenomen en dat heeft er vooral mee te maken met het feit dat de anti ISIS coalitie verschillende luchtaanvallen heeft uitgevoerd. Er zijn al militaire operaties geweest in de regio, waardoor belangrijke personen die dienden als verbinding tussen de regio en Europa of die zich bezighielden met externe aanslag capaciteiten dat die zijn uitgeschakeld. Dus de capaciteiten van ISIS of Al-Qaida om een grote aanslag te plegen in Europa, die is tijdelijk verminderd. Maar, en dat is ook heel belangrijk om bij te zeggen, ISIS heeft zich in het verleden gewoon heel erg flexibel getoond, dus ze zijn waarschijnlijk ook in staat om die capaciteiten die ze nu kwijt zijn om die ook weer snel weer op te bouwen. Om verbindingen weer te herstellen, om nieuwe mensen aan te stellen die zich gaan bezighouden met aanslag planning of om rollen in gebieden waar zij onder druk staan over te hevelen naar andere gebieden. Dus wij zeggen ja, tijdelijk verminderd. Dus nu lijkt het de goede kant op te gaan, maar we moeten die druk vooral zoveel mogelijk erop houden om die dreiging ook laag te kunnen houden.
Interviewer: En dat is één element. Wat is het andere element van de dreiging?
Spreker 2: Nou, de belangrijkste dreiging die we in Europa vanuit het jihadisme zien, is niet zozeer die grote aanslagen vanuit ISIS en Al-Qaida zoals we die kennen uit 2015 en 2016 in Bataclan en op Zaventem. Maar vooral eenlingen, alleen handelende daders die niet in verbinding staan met die terroristische organisaties, maar die daar wel door geïnspireerd zijn. En die inspiratie halen ze voornamelijk vanuit online propaganda die wel weer door die organisaties verspreid wordt. Dus we zien vooral eenlingen die een jihadistische dreiging kunnen vormen.
Interviewer: Jullie maken je vooral zorgen over de snelle online radicalisering van jongeren. Wat kun je daarover zeggen?
Spreker 2: Ja, ik denk als we verder teruggaan naar het verleden, dat we inderdaad zagen dat mensen voor een groot deel fysiek bij elkaar kwamen in huiskamers of in boekwinkeltjes en daardoor allerlei radicaal gedachtegoed met elkaar deelden. Dan later zijn we overgegaan naar een periode waar we nog steeds veel mensen fysiek bij elkaar kwamen, maar ook online actief waren. Terwijl we nu eigenlijk in een fase zijn dat netwerken bijna uitsluitend nog online bestaan en waar fysieke contacten tussen die leden van de jihadistische netwerken eigenlijk zeer schaars zijn. En dat is natuurlijk opvallend en dat heeft ook een aantal gevolgen voor de dreiging. Eerst zien we een hele snelle radicalisering. Kijk, als je fysiek bij elkaar komt, dan ben je natuurlijk niet voortdurend blootgesteld aan radicaal gedachtegoed of propaganda. Maar online sta je 24/7 en kun je in contact staan met gelijkgestemden of je onderdompelen in jihadistische propaganda. Dus de snelheid is toegenomen. Twee: minderjarigen lijken zich steeds meer te mengen binnen het jihadistische circuit en ook dat heeft te maken met de verschuiving van fysiek naar online. Want als je fysiek bij elkaar komt, dan ben je als veertien, vijftien of zestienjarige natuurlijk niet echt welkom in een groep van twintigers die je misschien als kind. Maar online kun je zijn wie je zijn, kun je groter voordoen dan je bent. En we zien dus dat hele jonge personen, waaronder minderjarigen, dus blootgesteld worden aan die propaganda en ook onderdeel uit gaan maken van jihadistische netwerken. En het laatste effect is dat mensen ver uit elkaar wonen. Als je alleen fysiek bij elkaar kunt komen, dan moet je dus ook bij elkaar in de buurt wonen. Maar online bestaat die fysieke grenzen. Die bestaan eigenlijk niet. Dus we zien dat die netwerken ver uit elkaar verspreid zijn en dat er dus ook heel veel internationale contacten zijn. En dat is natuurlijk heeft een natuurlijk effect op de dreiging en die snelheid en het ontstaan van die netwerken. Maar dat kan ook leiden tot een verminderde dreiging. Want als je te maken hebt met jonge mensen, die zijn waarschijnlijk minder goed in staat om een aanslag te plannen en voor te bereiden, heb je misschien niet de contacten om over aanslag middelen om aan aanslag middelen te komen. En als je ver uit elkaar woont dan heb je natuurlijk ook niet de mogelijkheid om elkaar op te zoeken en in gezamenlijkheid een aanslag voor te bereiden. Dat gezegd hebbende blijft er natuurlijk wel een serieuze dreiging van uitgaan en maken we ook ons zorgen omdat die online netwerken die nu bestaan, dat daar op termijn ook robuuste fysieke jihadistische netwerken uit kunnen groeien die wel degelijk een terroristische dreiging kunnen vormen tegen Nederland.
Interviewer: Wat is het gevaar van deze online radicalisering?
Spreker 2: Nou, we hebben gezien dat in landen om ons heen zeer jonge mensen de intentie hebben om aanslagen te plegen en daar soms in sommige gevallen ook daadwerkelijk een voorbereiding handelingen voor treffen. We hebben in de landen om ons heen verschillende arrestaties gezien van en van jongeren die die vanuit online radicalisering een aanslag willen plegen. In Nederland heeft het nog niet geleid tot een geweldsdaad. Maar we maken ons wel ernstig zorgen dat al die online netwerken die nu bestaan op termijn en robuuste jihadistische netwerken kunnen ontstaan die wel degelijk een terroristische dreiging tegen Nederland kunnen vormen.
Interviewer: We hebben het over online netwerken. Hoe staat het met de oude netwerken? Wat zijn jullie bevindingen daarover?
Spreker 3: Ja, goede vraag, want in een eerdere DTN’s hebben we daar ook veel over geschreven. Wat we eigenlijk de laatste tijd zien is dat die oude statistische netwerken weinig samenhang vertonen. We hebben nog wel een tijdje de netwerken die vaak echt al tientallen jaren oud zijn, maar eigenlijk is hun activiteit beperkt. Dus ze hebben de ideologie niet afgezworen, maar hebben vaak weinig jihadistische contacten of voeren nog nauwelijks jihadistische activiteiten uit. Daarnaast hebben natuurlijk nog de terugkeerders uit jihadistische strijd gebieden. Nou, we zien eigenlijk dat die tot dusver ook een beperkte geweldsdreiging vormen. Zij vervullen op dit moment ook niet echt een verbindende rol binnen dat jihadistische netwerk.