Spanningen tussen Turken en Koerden in de regio leidden tot spanningen in de diaspora in Europa. De Turkse regering pakt buitenlandse Gülenisten op en brengt ze naar Turkije. Dit vormt ook voor Gülenisten in Nederland een risico. De inmiddels afgelastte cartoonwedstrijd heeft in het buitenland tot Nederland gerichte protesten geleid. In Nederland zelf bleef het over het algemeen rustig.

(Deze tekst is onderdeel van Samenvatting DTN 48)

Zoals vaker, zorgden de spanningen tussen Koerden en Turken in de regio voor spanningen in de diaspora in Europa. Terwijl pro-AKP organisaties in Nederland hun steun betuigden, leidde de Turkse inval in Noord-Syrië in diverse Europese landen een aantal weken tot bijna dagelijkse demonstraties en incidenteel ook geweld tegen Turkse objecten. In verschillende Europese landen werden samenwerkingsverbanden tussen links-extremistische organisaties en Koerdische organisaties versterkt, die de bestaande solidariteit tussen beide bevestigen. Naar alle waarschijnlijkheid zal de PKK de vele Koerdische demonstraties proberen te benutten om het eigen netwerk onder de Koerden te vergroten.

Het Turkse overheidsoptreden naar aanleiding van de mislukte staatsgreep in 2016, kan ook repercussies hebben voor Turken in Nederland. Zo verklaarde de toenmalige Turkse vicepremier in april van dit jaar dat de Turkse geheime dienst tot dan toe 80 Gülenisten uit achttien landen had ‘ingepakt’ en naar Turkije gebracht en dat daarmee wordt doorgegaan. Dit kan zorgen onder Gülenaanhangers in de diaspora – dus ook in Nederland – versterken. Ook worden de spanningen binnen de Turkse gemeenschap in Nederland hierdoor niet minder.

Verschillende gebeurtenissen geven voeding aan spanningen tussen sommige delen van de Nederlandse samenleving en bepaalde groepen moslims in Nederland. Zo leidde de goedkeuring door de Eerste Kamer van een wet die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in bepaalde moslimkringen tot sterk afkeurende reacties. Diverse islamitische (koepel)organisaties vonden dat de Nederlandse overheid met twee maten meet, dat het verbod het ‘anti-islambeleid’ in Nederland bevestigt of vrezen dat dit het begin is van de inperking van burgerrechten van moslims. Al vóór de stemming in de Eerste Kamer brachten voornamelijk salafistische imams en organisaties een verklaring uit, waarin zij beargumenteerden dat de wet discriminerend en oneerlijk is. De eerder door PVV-leider Wilders aangekondigde cartoonwedstrijd is afgelast. Hoewel er in met name Pakistan zeer fel werd gereageerd, bleef het in moslimgemeenschappen in Nederland over het algemeen rustig. Wel is er sprake van verdeeldheid tussen moslims die gematigd reageren en anderen met veel radicalere opvattingen, met name jihadisten.

In de afgelopen tijd heeft het anti- of deradicaliseringsbeleid van vooral de gemeenten Amsterdam en Rotterdam onder vuur gelegen, waarbij de pijlen met name gericht waren op gemeenteambtenaren op dit terrein die zelf een moslimachtergrond hebben en daardoor goed geworteld zijn in de moslimgemeenschappen. Publieke reacties hierop richtten zich sterk op deze individuele medewerkers wier integriteit ter discussie werd gesteld. Er werd bijvoorbeeld geroepen om het ontslag van deze medewerkers. Dergelijke reacties kunnen eveneens leiden tot gevoelens van uitsluiting en kwetsbaarheid onder Nederlanders met een moslimachtergrond.