Links/rechts extremisme

Er is sprake van groeiend zelfvertrouwen bij rechtsextremisten. De focus blijft gericht op acties tegen de vermeende islamisering van Nederland, de komst van asielzoekers en het veronderstelde verlies van de Nederlandse identiteit. Geweld door eenlingen of kleine groepen is denkbaar. Linksextremistische groepen hebben de afgelopen maanden nauwelijks acties uitgevoerd.

(Deze tekst is onderdeel van Samenvatting DTN 48)

Nederlandse extreemrechtse groeperingen zijn vooral actief met intimiderende en radicale acties, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij gewelddadig zouden willen gaan opereren. De focus blijft gericht op acties tegen de vermeende islamisering van Nederland, de komst van asielzoekers en het vermeende verlies van de Nederlandse identiteit. Rechts in Verzet (RiV), een afsplitsing van Pegida, is een nieuwe groepering met enkele leden die de laatste periode verantwoordelijk was voor een aantal intimiderende protestacties. Vooral het ophangen van een onthoofde pop en dreigbrief bij een moskee in Amsterdam Noord in januari 2018, waarmee geprotesteerd werd tegen de komst van een “megamoskee”, trok veel politieke en media-aandacht. De aankondiging van Pegida om tijdens de ramadan bij een aantal moskeeën varkensvlees te gaan barbecueën, leidde eveneens tot veel media-aandacht. Opvallend is verder dat sommige extreemrechtse groeperingen aan zelfvertrouwen lijken te winnen en het tegenwoordig aandurven om te demonstreren in als politiek ‘links’ bekend staande steden zoals Amsterdam en Nijmegen. Hiermee neemt de kans op confrontatiegeweld met extreemlinkse tegendemonstranten toe. In algemene zin wordt al langer ingeschat dat ernstig extreemrechts geweld voornamelijk voorstelbaar is vanuit snel radicaliserende groepjes of eenlingen.

In de afgelopen maanden hebben linkse actiegroepen nauwelijks extremistische acties uitgevoerd. Antifascisten hebben zich voornamelijk beperkt tot reactieve protestacties tegen (gepercipieerd) extreemrechts. Voorbeelden zijn een tegendemonstratie van de Anti-Fascistische Actie (AFA) bij een demonstratie van Pegida Nederland en enkele verstorende acties bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart. De antiracisme actiegroepen die strijden tegen (vermeende) racistische en koloniale uitingen en symbolen, persisteren in hun intimiderende (online) acties tegen overheidsinstanties, bedrijven en organisaties om ‘koloniale’ benamingen en standbeelden te verwijderen. De acties hebben in enkele gemeenten ertoe geleid dat over bepaalde evenementen en benamingen van straten en tunnels discussie wordt gevoerd of dat ze worden aangepast. Gesterkt door zulk ‘succes’ zullen deze antiracisme groepen niet snel geneigd zijn van hun intimiderende acties af te zien en zullen zij deze in de komende tijd continueren.

Er zijn ook vormen van extremisme die niet passen in het klassieke onderscheid tussen links- en rechtsextremisme, maar die zich richten op één specifiek onderwerp. Dat is bijvoorbeeld het geval met de acties tegen windmolens in sommige delen van Nederland, die het laatste jaar zijn geradicaliseerd. Hoewel een klassieke ideologie bij het Nederlandse buitenwettelijke verzet tegen windmolens ontbreekt, is het gelet op de politieke doelen, wel degelijk als extremisme te omschrijven. Op lokaal niveau ageren burgers op democratische wijze tegen de komst van windmolenparken, maar in vooral Drenthe en Groningen neemt het protest in sommige gevallen buitenwettelijke vormen aan. De acties richten zich tegen pro-windmolen bestuurders, boeren op wier land turbines komen, maar ook tegen bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de installatie en bouw van de windmolens. Bedreiging, intimidatie en vernieling worden hierbij toegepast. Het extremistische verzet tegen windmolens is in meer Europese landen zichtbaar. In Frankrijk werden dit jaar al diverse windmolens in brand gestoken, wat leidde tot miljoenen euro’s schade.