Wet- en regelgeving

Er is een aantal wijzigingen doorgevoerd in de nationale wet- en regelgeving op de drie pijlers van de NCTV: de bestrijding van terrorisme (ter ondersteuning van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme), het beschermen van de nationale veiligheid (crisisbeheersing) en op het vlak van cybersecurity.

Wet- en regelgeving contraterrorisme

Wet Terroristische Misdrijven

In de wet zijn de werving voor de jihad en samenspanning met als doel een ernstig terroristisch misdrijf te plegen apart strafbaar gesteld. Ook worden de maximale gevangenisstraffen voor misdrijven zoals doodslag, zware mishandeling, kaping of ontvoering hoger als zij met een ‘terroristisch oogmerk’ worden gepleegd. De rekrutering voor de jihad is strafbaar gesteld door aanpassing van artikel 205 van het Wetboek van Strafrecht. Daardoor zal het werven voor gewapende strijd bestraft kunnen worden, ook als (nog) onduidelijk is of degene die geworven is, zijn bijdrage aan de gewapende strijd in enig georganiseerd verband zal willen leveren.

Daarnaast zal samenspanning tot het begaan van terroristische misdrijven afzonderlijk strafbaar worden gesteld. Hiermee wordt beoogd strafrechtelijk optreden gemakkelijker te maken tegen terroristische netwerken en bewegingen die opereren in een los en wisselend samenwerkingsverband. Strafbaarstelling van samenspanning tot ernstige terroristische misdrijven gebeurt mede uit het oogpunt van een zo effectief mogelijke bestraffing en bestrijding van terrorisme.

Wet opsporing terroristische misdrijven

Met deze wet is voor het inzetten van bijzondere opsporingsmethoden – zoals observatie, infiltratie, pseudokoop, telefoontap, preventief fouilleren en voertuigen en voorwerpen laten onderzoeken – niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig. Ook kunnen bij een terroristische dreiging verdachten eerder in bewaring worden genomen.

Aanwijzingen dat een terroristische aanslag wordt voorbereid, zijn voldoende voor het inzetten van bijzondere opsporingsmogelijkheden. Van dergelijke aanwijzingen is sprake als feiten en omstandigheden duiden op de voorbereiding van een aanslag.

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Samenvoeging van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties tot één wet, gericht op het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme.

Goedkeuringswet Verdrag inzake de intensivering grensoverschrijdende samenwerking

Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie.

Wetsvoorstellen Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme

Op 1 maart 2017 zijn er drie wetten in het kader van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme in werking getreden. Hieronder volgt een toelichting per wet.
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding
Dit wetsvoorstel bevat een aantal bestuurlijke maatregelen die de overheid kan opleggen op grond van gedragingen die in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Bijvoorbeeld een meldplicht, gebiedsverbod of een contactverbod. Ook kan op grond van deze wet een uitreisverbod worden opgelegd als het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon uit het Schengengebied wil reizen om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. Al deze maatregelen kunnen alleen worden opgelegd als dat noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid.
Rijkswet Wijziging Paspoortwet
Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat paspoorten en identiteitskaarten automatisch vervallen als een uitreisverbod wordt opgelegd door de minister van Justitie en Veiligheid. Doel is de uitreis van personen naar jihadistische strijdgebieden te voorkomen.
Rijkswet op het Nederlanderschap
Op grond van deze wet kan het Nederlanderschap worden ingetrokken van Nederlanders die zich in het buitenland aansluiten bij een terroristische organisatie. Bij terugkeer naar Nederland kunnen deze personen een direct gevaar vormen voor de nationale veiligheid. De mogelijkheid van intrekking van nationaliteit is onder andere beperkt tot personen met een dubbele nationaliteit

Wet precursoren voor explosieven

Deze wet beperkt de beschikbaarheid van producten die gebruikt worden om zelf explosieven te maken door:

  1. De verkoop van bepaalde precursoren voor explosieven te beperken door invoering van een vergunningplicht voor particulieren. Producten, die de bepaalde (bij naam genoemde) stoffen bevatten in concentraties boven de grenswaarde, mogen slechts aan particulieren verkocht worden die in het bezit zijn van een vergunning.
  2. In Nederland gevestigde marktdeelnemers te verplichten om verdachte transacties, verdwijningen en diefstallen van deze precursoren voor explosieven en een aantal andere precursoren voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt te melden bij de overheid (‘Meldpunt verdachte transacties’).

Andere bevoegdheden contraterrorisme

Doorzettingsmacht

Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de minister van Justitie en Veiligheid doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven. Dit betekent dat hij de bevoegdheid heeft om bij acute terroristische dreigingen ook op terreinen van andere ministers maatregelen te nemen. Het kan dan gaan om ontruimingen, het blokkeren van wegen, het stilleggen van het trein- of vliegverkeer of het staken van telecomverkeer in een bepaalde regio.

Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties

Daarvoor gold al dat van deze organisaties die op een terrorismelijst van de VN of de EU staan bankrekeningen werden bevroren. Daarmee werden hun financiële activiteiten aan banden gelegd. Volgens het NGO-verdrag mag een dergelijke organisatie ook niet meer op andere wijze in Nederland actief zijn. Bijvoorbeeld nieuwe leden werven of bestuurders benoemen. Het verbod geldt voor organisaties waarvan in VN- of EU-verband is vastgesteld dat zij een gevaar vormen voor de internationale vrede en veiligheid. De Europese Unie stelt de lijsten bij unanimiteit vast.

Wet- en regelgeving nationale veiligheid (crisisbeheersing)

Luchtvaartwet

De minister van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor de beveiliging van de burgerluchtvaart. Deze bevoegdheid is vastgelegd in artikel 37ab van de Luchtvaartwet. Afdeling 3A van deze wet heeft betrekking op de beveiliging van de burgerluchtvaart. De artikelen 37a t/m 37s zien op de beveiliging van luchtvaartterreinen en luchtvaartuigen. Artikelen 37t t/m 37v hebben betrekking op het toezicht op de beveiliging. In het voorjaar van 2016 wordt een wetsvoorstel voor wijziging van de Luchtvaartwet aan de Tweede Kamer aangeboden. Hiermee wordt de uitvoering van een aantal Europese verordeningen op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart wettelijk verankerd.

Er is daarnaast een aantal uitvoeringsregelingen gebaseerd op de Luchtvaartwet, zoals het Besluit beveiliging burgerluchtvaart en de Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart 2010, en verschillende algemene en bijzondere aanwijzingen.

Wet veiligheidsregio’s

De Wet veiligheidsregio’s beoogt een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie. De wet bepaalt dat veiligheidsregio’s als gemeenschappelijke regeling moeten worden vormgegeven op de schaal van de politieregio’s. De bestuurlijke structuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing wordt met duidelijke taken en bevoegdheden neergezet. Brandweer en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) komen onder één bestuur, dat dezelfde leden heeft als het bestuur van de politie. Het aansturen van de hulpverleningsdiensten en een gecoördineerde aanpak is daardoor gemakkelijker en slagvaardiger. Dit geldt ook voor de samenwerking tussen de politie en de multidisciplinaire uitvoerende diensten. De regionale schaal vergroot verdere professionalisering. Het gelijktrekken van de territoriale gebiedsindeling legt een essentiële basis voor multidisciplinair optreden in geval van ramp of crisis. Omdat de veiligheidsregio via verlengd lokaal bestuur is vormgegeven, blijft de betrokkenheid van de gemeenten bij brandweer en rampenbestrijding. Met de realisatie van de Wet veiligheidsregio’s is het fundament gelegd voor de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing met het beoogde doel: de burgers beter te beschermen tegen risico’s.

Wet- en regelgeving cybersecurity

Wetsvoorstel gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity

Het wetsvoorstel gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity bestaat uit een drietal onderdelen; de taken en bevoegdheden van het NCSC, een meldplicht voor ICT-inbreuken en de vertrouwelijkheid van informatie die zich bij het NCSC bevindt.

In eerste instantie regelt het wetsvoorstel de taken en bevoegdheden van het NCSC in het kader waarvan persoonsgegevens worden verwerkt. Hiermee wordt de grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens door het NCSC verstevigd. Daarnaast introduceert het wetsvoorstel een meldplicht voor ICT-inbreuken die ernstige nadelige gevolgen hebben voor de beschikbaarheid of betrouwbaarheid van voor de maatschappij vitale producten of diensten. Ten derde regelt het wetsvoorstel de vertrouwelijkheid van informatie die zich bij het NCSC bevindt, door een kader vast te stellen waarbinnen het NCSC vertrouwelijke informatie wel of niet verder mag verspreiden.

Het wetsvoorstel is op 27 oktober 2016 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt momenteel ter behandeling bij de Eerste Kamer.