Stevige programmatische aanpak criminele ondermijning

Bij ondermijnende criminaliteit gaat het om een breed scala aan criminele fenomenen en de ondermijnende werking die daarvan uitgaat op de samenleving.

‘Ondermijning’ verwijst vooral naar de effecten van de georganiseerde criminaliteit: de verwevenheid van onder- en bovenwereld, de innesteling in woonwijken en in legale sectoren. Georganiseerde criminaliteit is altijd geworteld in de lokale samenleving. Plegers van georganiseerde criminaliteit maken gebruik van dezelfde legale structuren en voorzieningen als gewone burgers: transportvoorzieningen, financiële en juridische dienstverlening, recreatieterreinen, de vastgoedsector etc. Deze verwevenheid met de legale wereld heeft vergaande consequenties. De combinatie van omvangrijke criminele vermogens en de toegang tot zware geweldsmiddelen stelt criminele netwerken in staat invloed te verwerven in maatschappelijke sectoren en ongewenste sociale druk uit te oefenen in de samenleving. Dit gaat gepaard met bedreiging van de integriteit van het openbaar bestuur en van overheidsambtenaren. Dit leidt tot aantasting van het rechtsgevoel en van de rechtsstaat en zijn instituties. 

De problematiek van ondermijnende criminaliteit is voor een belangrijk deel grensoverschrijdend en internationaal van karakter, maar is tegelijkertijd sterk geworteld in de lokale samenleving. Anders gezegd, het gaat om criminele structuren die mondiaal zijn vertakt, maar lokaal wortelen en investeren. Dat betekent dat zowel een lokale/regionale aanpak én een landelijke/internationale aanpak nodig zijn. De internationale aanpak vindt plaats met bronlanden, transitlanden, binnen de EU en met buurlanden.

Het huidige kabinet ziet de aanpak van ondermijnende criminaliteit als een belangrijke opgave en heeft daarom gekozen voor een stevige programmatische aanpak. Die aanpak bestaat uit een breed pakket aan zowel preventieve als repressieve maatregelen, met een coalitie van overheid, bedrijfsleven en samenleving en op basis van een meerjarig versterkingsprogramma. Dat gebeurt in de eerste plaats door de inzet van de extra financiële middelen uit het regeerakkoord die de regio’s en de landelijke organisaties in staat stellen de aanpak een krachtige impuls te geven. Van de beschikbare € 100 miljoen gaat 85 miljoen naar de regio’s en € 15 miljoen naar landelijke organisaties en taken. Het kabinet heeft er voor gekozen om robuuste plannen ‘van onderop’ te laten ontwikkelen, vanuit de partijen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering: bij de professionals ter plaatse zit de kennis en expertise over hoe de aanpak het beste kan worden versterkt.

Daarnaast is er een ambitieuze wetgevingsagenda, waarin goed rekening wordt gehouden met zowel wensen vanuit de uitvoeringspraktijk als met rechtsstatelijke uitgangspunten. Er is een Strategisch Beraad Ondermijning ingesteld dat de minister van Justitie en Veiligheid adviseert over de besteding van de extra financiële middelen en over mogelijkheden tot verdere verbetering van de aanpak. Daarnaast is er een aanjaagteam ingericht dat het land in gaat om samen met de operationele partijen te kijken hoe de aanpak concreet verbeterd en versneld kan worden. Het aanjaagteam werkt nauw samen met de RIECs en het LIEC. Door het inrichten van een tussentijdse evaluatie wordt het lerend vermogen van de betrokken organisaties vergroot en kunnen best practices snel beschikbaar komen voor bredere uitwisseling en waar van toepassing voor landelijke uitrol. De verantwoordingslijnen richting de Tweede Kamer lopen reeds via het programma Anti-ondermijning.

Met deze inzet van de extra middelen wordt een belangrijke stap gezet om het zicht op de ondermijningsproblematiek verder te verbeteren en de uitvoeringskracht en de overheidsbrede samenwerking te versterken. Ook bieden de extra middelen de mogelijkheid om de aanpak meer thematisch vorm te geven en daarbij via concrete pilots en projecten de aanpak ook te innoveren, met behulp van moderne technologieën.

Met (ondermijnende) criminaliteit worden ook criminele opbrengsten gegenereerd. Zonder het afpakken van die opbrengsten ontstaat een aanzuigende werking op het plegen van strafbare feiten met bijbehorende wezenlijke verstoringen van onze samenleving. Ook het rechtsgevoel van individuele burgers die erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid hiertegen effectief optreedt komt onder druk te staan. Extra inspanningen zijn nodig en daar maakt het kabinet samen met alle partners zich sterk voor. Bij het bestrijden van georganiseerde criminaliteit en breder geld gedreven criminaliteit wordt méér focus gelegd op het blootleggen van criminele geldstromen, om van daaruit effectieve interventies te bepalen en te plegen. Daarbij wordt ingezet op vier actielijnen, die zijn neergelegd in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart jl.: financieel-economisch perspectief aan de voorkant van het opsporingsonderzoek; verder leren, ontwikkelen en integraal verbinden; internationalisering; en monitoren en (bij)sturen. Door het vorige kabinet is in de miljoenennota 2018 € 30 miljoen incidenteel beschikbaar gesteld ter versterking van de aanpak van het afpakken van crimineel vermogen. Op basis van voorstellen van tien regionale en van nationale partners is tot een reeks concrete versterkingsprojecten besloten die van start zijn gegaan. Daarbij ligt een belangrijk accent op de versterking van de integrale samenwerking en ook het integraal afpakken met als doel het financieel-economische perspectief in de bestrijding van criminaliteit breed in het land te borgen. Daarnaast wordt het wettelijk instrumentarium geoptimaliseerd. Daarbij wordt met inbreng vanuit de praktijk en aangenomen moties bezien welke verbeterpunten in de wetgeving mogelijk zijn om het afpakken van crimineel vermogen te versterken, in het bijzonder in het kader van de aanpak van ondermijning.

Voorts is het van cruciaal belang dat de legale financieel-economische kanalen waarlangs crimineel verkregen gelden worden witgewassen worden beschermd tegen misbruik. De verplichtingen om dit te voorkomen zijn neergelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. Deze verplichtingen vloeien voort uit de internationale standaarden van de Financial Action Task Force (FATF) en de Europese anti-witwasrichtlijn. Op die manier wordt bewerkstelligd dat er in internationaal en Europees verband uniforme regels op dit terrein worden gehanteerd. De wijzigingen op de vierde anti-witwasrichtlijn worden op dit moment in Nederland geïmplementeerd. Ook is een beleidscyclus ingericht om witwasrisico’s te identificeren en de effecten van de aanpak van witwassen te evalueren. De rapporten die daarover de afgelopen tijd zijn verschenen zijn reeds aan de Tweede Kamer aangeboden. Voor de zomer zullen de minister van Financiën en de minister van Justitie en Veiligheid een plan van aanpak voor het tegengaan van witwassen aan de Tweede Kamer toesturen. Daarin wordt onder meer ingegaan op deze rapporten alsook op de mogelijkheden om informatiedeling met en tussen banken effectiever te maken.