CBRN-conflicten

Proliferatie

In de GBVS wordt gesignaleerd dat de proliferatie van massavernietigingswapens een zorgelijke ontwikkeling blijft. Sommige statelijke en niet-statelijke actoren voelen zich niet of steeds minder gebonden aan internationale afspraken. Het risico op ongelukken, incidenten of conflicten met massavernietigingswapens neemt toe. Inzicht in de intenties en capaciteiten van statelijke en niet-statelijke actoren die (mogelijk) beschikken over deze wapens en hun overbrengingsmiddelen is dan ook van groot belang. Aangezien de potentiële impact van CBRN-conflicten of -incidenten op de Nederlandse nationale veiligheidsbelangen enorm is, verdient deze dreiging de onversneden aandacht.

Binnen Nederland wordt samengewerkt tussen de inlichtingen-en veiligheidsdiensten, politie, het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Defensie, het RIVM, de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, maatschappelijke instellingen en lokale overheden, voor een tijdige en adequate signalering van CBRN-middelen (inclusief precursoren). Tijdige signalering binnen de Nederlandse landsgrenzen kan echter alleen plaatsvinden als ook externe signalering en preventie effectief zijn georganiseerd. Daartoe wordt onder meer intensief samengewerkt met buitenlandse partners, private instellingen en multilaterale instituties. Grote uitdaging daarbij is het nauwgezet volgen van de capaciteiten en intenties van gewapende niet-statelijke actoren om Nederland te treffen met CBRN-middelen. Tot op heden lijkt het deze groeperingen slechts in beperkte mate te lukken hun technische en logistieke capaciteiten om te zetten in daden. Desondanks blijft dit de komende jaren een punt van zorg en dus een kwestie van blijvende investeringen in detectiemiddelen, informatie-uitwisseling en (indien nodig) preventieve actie.

Een ander belangrijk element in de aanpak is het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid tegen eventuele CBRN-incidenten. Hiertoe is de afgelopen jaren door diverse (hulp)organisaties gewerkt binnen een multidisciplinair, landelijk programma. Nederland is aangesloten bij het 2e EU Actieprogramma CBRN. Speerpunten hierbij zijn: het voorkomen van aanslagen, het geoefend krijgen (en houden) van personeel en het uitwisselen van kennis en kunde tussen lidstaten. Daarbij wordt de civiel-militaire samenwerking op dit gebied verstevigd.

Stralingsongevallen

Stralingsincidenten hebben betrekking op alle activiteiten, inclusief transport en opslag, met radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende straling kunnen uitzenden. Dit kan variëren van grote (dreigende) incidenten in nucleaire installaties tot kleine incidenten met radioactief materiaal in bijvoorbeeld een ziekenhuis.

De kans op een stralingsincident bij een nucleaire installatie in Nederland is klein. Deze installaties zijn zeer veilig en voldoen aan strenge eisen. Er zijn ook andere stralingsincidenten mogelijk, met een grotere waarschijnlijkheid maar een kleinere impact. Voor het vervoer van radioactieve stoffen gelden bijvoorbeeld zeer strenge voorwaarden. Als er zich toch een incident voordoet, dan treden calamiteitenplannen in werking.