Salafistische aanjagers

Salafisme als politieke ideologie en salafistische aanjagers vormen een bedreiging voor de nationale veiligheid. Salafistische aanjagers dragen een antidemocratisch en onverdraagzaam gedachtegoed uit.

Zij proberen hun opvattingen op dwingende en soms intimiderende manier op te leggen aan moslims. Zij beperken andere moslims daarbij in het uitoefenen van hun democratische vrijheden. In hun uitingen via (sociale) media versterken zij het frame van een vooringenomen en onbetrouwbare overheid die erop uit is de democratische rechten van moslims te schenden.

Daarnaast kunnen aspecten van het salafisme bij sommige aanhangers bijdragen aan radicalisering naar gewelddadig jihadisme. Binnen het spectrum van het salafisme is volgens de AIVD een tweede generatie aanjagers actief, die zich in het Nederlands uit, de Nederlandse wetgeving goed kent en mediavaardig is. Hun invloed is groeiende. Ze domineren bijna de markt op internet en sociale media en drukken concurrerend aanbod weg.

Reacties op overheidsoptreden

In de afgelopen periode is er in de media en politiek veel gediscussieerd over het fenomeen salafisme. Aanleiding hiervoor waren met name de aanhoudende discussie over de mogelijke invloed van salafistische aanjagers op het Cornelius Haga Lyceum (CHL) in Amsterdam en de verhoren van de Parlementaire Ondervragingscommissie Ongewenste Beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) in februari 2020. Die discussies leidden tot verschillende reacties onder salafistische aanjagers. Aan de ene kant versterkten zij in hun uitingen via (sociale) media het frame van een vooringenomen en onbetrouwbare overheid die erop uit is de democratische rechten van moslims te schenden. De stelselmatige verspreiding van dit negatieve beeld door salafistische aanjagers kan ook de mening over de overheid in bredere moslimkringen beïnvloeden. Dat de rechter onderdelen van het overheidsoptreden in de zaak van het CHL als onrechtmatig of onvoldoende onderbouwd beoordeelde, versterkt dit frame.

Aan de andere kant schoont een aantal salafistische aanjagers de eigen websites en Facebookpagina’s op. Veel commentaren, preken en videofragmenten worden verwijderd. Verder vermijdt een aantal salafistische centra het vermelden van namen van salafistische aanjagers die lessen en lezingen verzorgen. Ook zijn videofragmenten van bepaalde lessen niet meer publiek te volgen en alleen beschikbaar voor een selecte groep. Gevolg hiervan is dat hun bereik daarmee voorlopig kleiner is geworden en dat de zichtbaarheid van de activiteiten, preken en lessen vermindert. Daarnaast kan deze ontwikkeling erop duiden dat salafistische aanjagers hun dawah-activiteiten meer onttrokken aan het oog van de buitenwereld willen voortzetten. Dit zou passen binnen de strategie van de door hun gevoerde façadepolitiek, die inhoudt dat ze zich publiekelijk mild en redelijk voordoen maar zich in besloten kring antidemocratisch en onverdraagzaam uiten.

POCOB verhoort sleutelspelers over ongewenste beïnvloeding

De Parlementaire Ondervragingscommissie Ongewenste Beïnvloeding uit onvrije landen, die is ingericht om meer zicht te krijgen op ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, hield in februari 2020 haar openbare verhoren. Het rapport met bevindingen wordt vóór het zomerreces 2020 verwacht. Ook naar aanleiding van die verhoren uitten veel salafistische aanjagers zich verontwaardigd en verongelijkt, zoals imam Suhayb Salam van de salafistische Stichting alFitrah deed in zijn optreden voor de commissie op 19 februari.

Deze tekst is onderdeel van DTN 52.