Salafisme

Politiek-salafistische aanjagers zetten hun activiteiten voort. Aanjagers blijven (proberen om) hun achterban voeden met anti-integratief en antidemocratisch gedachtegoed, waarbij ze reageren op binnen- en buitenlandse ontwikkelingen als de ondervragingscommissie POCOB. Zo dragen ze bij aan polarisatie en radicalisering.

Bestaande ontwikkelingen op het gebied van salafisme hebben zich voortgezet, waarbij politiek-salafistische aanjagers onverdraagzaam, anti-integratief en antidemocratisch gedachtegoed verspreiden. Ze ontplooien missionaire en media-activiteiten en organiseren inzamelingsacties voor de bouw of renovatie van moskeeën in Nederland of uit solidariteit met moslims in het buitenland. Daarnaast breiden een aantal politiek-salafistische aanjagers hun organisatorische web uit, bijvoorbeeld middels de oprichting van de Stichting Muslim Rights Watch Nederland (MRWN) als ‘waakhond van de islamitische gemeenschap’ tegen ervaren onrecht van beleid. Zo wil men juridische stappen nemen tegen vermeende discriminatie en haatzaaien in de media en politiek.

Verder trachten politiek-salafistische aanjagers hun politieke slagkracht te versterken door hun achterban te voeden en te mobiliseren. Zowel voor individuele zaken, zoals solidariteit met de imam van Haagse as-Soennah moskee of de ontslagen directeur van het Cornelius Haga Lyceum, als voor politieke vraagstukken, zoals het rapport van de POCOB. Enkele politiek-salafistische aanjagers vinden dat er met twee maten gemeten wordt, omdat geld afkomstig van het Vaticaan of Israël volgens hen niet wordt geproblematiseerd maar geld uit Golfstaten bestemd voor islamitische instellingen wel problematisch zou zijn. In hun ogen bevatten de bevindingen van de POCOB onterecht verregaande beperkingen voor de vrijheid van godsdienst voor moslims. Andere politiek-salafistische aanjagers reageren op internationale ontwikkelingen omtrent de moslimgemeenschap. Zij nemen bijvoorbeeld stelling tegen de nieuwe, ‘gematigde’ religieuze koers van Saoedi-Arabië en de normalisering van verhoudingen tussen de Verenigde Arabische Emiraten en Israël, en veroordelen de Arabische machthebbers.

Deze tekst is onderdeel van DTN 53.