Rechts-extremisme

Een aanslag uit rechts-extremistische hoek blijft voorstelbaar. Gekende groepen hebben doorgaans geringe invloed, zijn verdeeld en zoeken aansluiting bij actuele maatschappelijke thema’s. Online ontwikkelingen staan hier los van: juist op digitale platforms kunnen veelal jonge getroebleerde Nederlanders mogelijk radicaliseren door contacten met gelijkgestemden.

Rechts-terrorisme

Het vorige DTN wees op het ontstaan van een geheel nieuwe generatie rechts-extremisten, opgegroeid met internet en communicatie-apps. Zij worden niet snel lid van gekende bewegingen, maar komen juist via online groepen en versleutelde chats in aanraking met rechts-extremistisch gedachtegoed. Ook Nederlandse jongeren zijn actief in nationale en internationale chatgroepen waarin wordt gesproken over accelerationisme, rassenhaat, antisemitisme, fascisme en nationaal-socialisme. Ook worden wapenhandleidingen en zeer provocatieve en gewelddadige propaganda gedeeld. Er is sprake van verheerlijking van rechts-terroristische aanslagplegers en van Adolf Hitler. Bovenal fungeren dergelijke groepen als echokamers, waarbinnen Nederlandse eenlingen geen tegenspraak krijgen en alleen met gelijkgestemden converseren. Het gevaar blijft bestaan dat eenlingen groepjes gaan vormen en dat deze online radicalisering de drempel tot het plegen van een (terroristische) geweldsdaad verlaagt. De actieve Nederlandse veelal jonge deelnemers van dergelijke groepen hebben vaak te kampen met een moeilijke thuis- of schoolsituatie. Er is bijvoorbeeld sprake van verwaarlozing, mishandeling of alcoholgebruik van een van de ouders of van pesten. Bovendien hebben de meeste personen kenmerken van (vormen van) klinische of persoonlijkheidsstoornissen, zoals depressie of autisme. De combinatie van deze kwetsbaarheid met een herhaalde onderdompeling in de online echokamers kan leiden tot radicalisering en zelfs tot gebruik van geweld.

Online

De online activiteiten van Nederlandse rechts-extremisten en de kleine extreemrechtse en rechts-extremistische actiegroepen verschuiven steeds meer naar de periferie van het internet. Ze zijn de laatste maanden steeds minder actief op grote sociale media platformen zoals Facebook, Twitter en YouTube. Dit komt mede door aanhoudingen wereldwijd en het restrictievere beleid van deze platformen jegens haatuitingen, discriminatie en rechts-extremistische propaganda, waardoor accounts steeds vaker (tijdelijk) werden geblokkeerd of opgeschort. Diverse actiegroepen weken daarom al uit naar alternatieve platformen met nauwelijks restricties, zoals Telegram, Parler, Gab en Bitchute. Op dergelijk platformen hebben ze echter een minder groot bereik. Onderlinge communicatie tussen leden van de actiegroepen verloopt verder grotendeels via versleutelde chats.

Maar ook deze alternatieve platformen komen internationaal steeds meer onder vuur te liggen van de autoriteiten en grote techbedrijven, vanwege hun gebrek aan moderatie op de inhoud van de berichten. Dit kan rechts-extremistische personen en groepen dwingen terug te keren naar eigen websites of platformen; vanwege de bijkomende kosten en het beperkte bereik is dat geen aantrekkelijke optie voor extreemrechtse personen of groepen. Het risico van een waterbedeffect bestaat, waarbij rechts-extremisten steeds elders online opduiken of zich online afsluiten. Dit kan bijdragen aan het ontstaan van gescheiden online-werelden, filterbubbels en echokamers, waarbinnen geen correcties plaatsvinden, men elkaar bevestigt in het eigen gelijk en (verdere) radicalisering kan plaatsvinden. Overigens betekent deze online verschuiving geenszins dat platformen als Twitter, Facebook, YouTube en Instagram vrij zijn van extreemrechtse uitingen, maar het zijn vooral meelopers die daar actief blijven. Het blijkt ondoenlijk voor de grote platformen om alle inhoud te modereren en het stijgende aantal radicale accounts aan te pakken.

Deze tekst is onderdeel van DTN 54.