Polarisatie en extremisme

Onrust ten tijde van COVID 19
In het afgelopen ‘corona-jaar’ is in Nederland sprake van een wisselwerking tussen een activistische bovenlaag die in de openbare ruimte demonstreert en een radicale onder- stroom die ageert tegen de coronamaatregelen. De aanhoudende coronamaatregelen kunnen met name trigger zijn voor buitenwettelijk gedrag van potentieel gewelddadige eenlingen (PGE).

Blijvende (online) polemiek tussen extreemrechts en -links

Er blijft sprake van wisselwerking tussen extreemrechtse en –linkse activisten. Niet alleen kunnen rechtse demonstraties soms rekenen op linkse tegendemonstraties, ook online volgen actievoerders uit beide kampen elkaar op de voet. Zo lijken enkele extreemlinkse personen geïnfiltreerd in enkele besloten Nederlandse rechts-extremistische online groepen, waar onder meer over wapens en geweld wordt gesproken. Door dit verborgen rechts-extremistische online landschap vrij gedetailleerd in kaart te brengen, kunnen extreemlinkse personen informatie opdoen voor toekomstige tegenacties. Daarnaast probeert men het publiek via openbare publicaties te informeren en te waarschuwen voor de mogelijke gevaren van deze online groepen.

Deze wisselwerking manifesteert zich ook via ‘doxing’: de online publicatie van privégegevens van tegenstanders, vaak met de bedoeling om deze personen te ‘ontmaskeren’, beschadigen of intimideren. Dit kan door betrokkenen als intimiderend worden ervaren. Doxing vindt overigens niet alleen plaats vanuit gekende ideologische groepen, maar ook vanuit groepen die zich richten tegen de overheid of beleidsonderdelen. Vanuit extreemlinkse hoek zijn politici, hoge ambtenaren, bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het asiel- en uitzettingsbeleid al jarenlang doelwit van doxing en ‘naming and shaming’. Ook worden gegevens gepubliceerd van rechtse actievoerders, of personen en bedrijven die rechtse demonstraties faciliteren. Extreemrechtse accounts richten hun vizier op extreemlinkse actievoerders, maar ook op vermeende linkse docenten, rechters, ambtenaren, journalisten en andere publieke personen. Met het openbaar maken van persoonlijke informatie willen ze de veronderstelde linkse hegemonie in de samenleving doorbreken. Linkse pogingen om zelf de rechtse doxing-accounts te ontmaskeren hebben nog niet geleid tot een stop of afname hiervan. Het is niet ondenkbaar dat de online polemiek op termijn ook leidt tot fysieke acties, bijvoorbeeld om doxing te stoppen. Landelijke verkiezingen kunnen (online) confrontaties tussen links en rechts stimuleren.

Polarisatie

In het DTN wordt over negatieve vormen van polarisatie geschreven omdat deze kunnen bijdragen aan maatschappelijke onrust en/of een voedingsbodem kunnen vormen voor radicaliseringsprocessen. De NCTV wijst er al jaren op dat in tijden van heftige polarisatie in een bredere maatschappelijke context potentieel gewelddadige eenlingen (PGE’ers) zich gesterkt kunnen voelen om een geweldsdaad te begaan.

Grimmige toon bij aanhoudend coronaprotest

Met het voortduren van de coronapandemie houdt ook het protest tegen de beperkende maatregelen aan. Hoewel de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 doorgaans worden geaccepteerd en nageleefd door het grootste deel van de bevolking, spreekt een diverse groep zich juist uit tegen de maatregelen. De in DTN 53 gesignaleerde ontwikkelingen hebben zich doorgezet: het meeste protest vindt plaats op sociale media en kan soms felle en dreigende vormen aannemen. Fysieke manifestaties zijn geregeld grimmig en leiden tot openbare ordeproblematiek, maar verharding richting extremisme blijft vooralsnog beperkt. En terwijl extreemrechtse personen aansluiting vinden bij het coronaprotest, keert extreemlinks zich er juist vanaf.

Er vindt een zekere kruisbestuiving plaats tussen actiegroepen die zich tegen het overheidsbeleid verzetten en complotdenkers. Personen die onderdeel uitmaken van beide onlinegemeenschappen delen complotconstructies, desinformatie en misinformatie over (de aanpak van) het virus. De overname van complotdenken draagt bij aan een verharding op sociale media, maar ook tijdens fysieke protesten. De online ventilatie van vaak legitieme grieven wordt afgewisseld met bedreigingen richting politici, journalisten en wetenschappers en het verspreiden van doxinglijsten. Sommige van zulke online bedreigingen hebben een serieus karakter. Dit heeft tot meerdere aanhoudingen geleid.

Ook richten actievoerders zich soms direct tot politie, journalisten, politici, wetenschappers, of medici, zowel tijdens demonstraties als op een andere wijze. De persoonlijke benaderingen, soms harde protestvormen en vele (online) bedreigingen zijn zorgelijk, maar het aantal extremistische geweldsincidenten gerelateerd aan corona is vooralsnog beperkt.

Deze tekst is onderdeel van DTN 54.