Polarisatie en extremisme

Manifestaties tegen verschillende (overheids)thema’s zijn vooral activistisch en kunnen de openbare orde verstoren. Naast een diverse en activistische bovenlaag bestaat er een radicale onderstroom, waarbinnen fors wantrouwen tegenover de overheid kan leiden tot extremistische gedragingen. Daarbij fungeren sociale media als blaasbalg.

Rechts- en links-extremisme ten tijde van COVID-19

De uitbraak van COVID-19 en de genomen overheidsmaatregelen hebben niet geleid tot een verhoogde dreiging van rechts- en links-extremisme in Nederland. De maatregelen hebben logischerwijs gezorgd voor een tijdelijke stilstand van fysieke activiteiten bij activistische en extremistische bewegingen. Maar ook bij demonstraties tegen de maatregelen speelden links- en rechtsextremistische groeperingen een marginale rol. Dit bevestigt al de langer bestaande fragmentatie, persoonlijke animositeit, lage organisatiegraad en het gebrek aan leiderschap bij zowel extreemrechtse als –linkse groepen.

Online koppelden groepen en personen aan beide kanten de ontwikkelingen rond COVID-19 aan hun eigen thema’s, om hun gedachtegoed te propaganderen en om te bepleiten dat de crisis het falen van het huidige politieke systeem blootlegt. Ondanks de verwachting dat de beperkende maatregelen radicalisering in de hand zou kunnen werken, omdat mensen meer tijd online doorbrengen dan voorheen, was vanuit de gekende ideologieën in Nederland weinig online reuring te zien. Wel kan er door de langetermijngevolgen van COVID-19 mogelijk meer ruimte ontstaan voor radicale standpunten.

Brandstichtingen bij telecommasten

Verschillende complottheorieën doen de ronde, waarvan degenen die een relatie suggereren tussen 5G-netwerken en COVID-19 daadwerkelijk tot extremistische incidenten hebben geleid in binnen- en buitenland. In Nederland is vanaf begin april 2020 bij dertig telecommasten brandgesticht en zijn zeven aanhoudingen verricht. Er lijkt geen verband te bestaan tussen de verschillende brandstichtingen, noch zijn er aanwijzingen van gedeelde organisatie, coördinatie, aansturing of zelfs een overkoepelende ideologische motivatie. Het plotselinge geweld lijkt grotendeels te zijn geïnstigeerd door de complottheorieën, maar er kan ook sprake zijn van copycats.

Brandstichting uitzondering op dierenrechtenactivisme

Een brandstichting bij een eendenslachterij in Ermelo in de nacht van 28 mei is opgeëist door het Dierenbevrijdingsfront (DBF). Een gekende dierenrechtenextremist heeft zich bij de politie gemeld en heeft volgens zijn advocaat een volledige bekentenis afgelegd. De brandstichting is opvallend, omdat dergelijke acties uit de hoek van dierenrechtenextremisten al dertien jaar niet zijn voorgekomen. Toch lijkt er geen sprake te zijn van een trendbreuk.

Verschillende gezichten achter anti-lockdown-demonstraties

Sinds de uitbraak van COVID-19 heeft maatschappelijk ongenoegen zich zowel online als offline verder gemanifesteerd, waarbij sociale media een faciliterende en mobiliserende rol spelen. Een deel van de verschillende groepen en individuen vindt elkaar in het afwijzen van de overheid of het overheidsbeleid. Dit gebeurt niet zozeer uit ideologische motieven, maar vanwege gevoelens van onrechtvaardigheid, groot onbehagen of een andere werkelijkheidsbeleving. Mensen die de overheid, wetenschap en traditionele media al langer wantrouwen kunnen hun denkbeelden bovendien bevestigd zien in complottheorieën, misinformatie en desinformatie; sinds de uitbraak van COVID-19 verspreiden complottheorieën zich sneller van de marges van het internet naar mainstreamkanalen. Er is een (online) context ontstaan waarbinnen de drempel om tot extremistische gedragingen te komen wordt verlaagd. Deze context versterkt polarisatie en leidt in een enkel geval tot verharding, intimidatie of (oproepen tot) geweld. Wel bestaat er een grote discrepantie tussen digitale uitingen van ongenoegen en de omvang van protesten in de fysieke ruimte.

Offline komen verschillende groepen samen in anti-lockdown-protesten, die betreft omvang en ongeregeldheden geenszins in vergelijking staan met protesten in bijvoorbeeld Duitsland maar wel kunnen leiden tot (gewelddadige) verstoringen van de openbare orde. De demonstraties brengen deelnemers op de been vanuit een breed scala aan onderwerpen, zoals het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, de in hun ogen ontwrichtende gevolgen van de maatregelen voor families, zzp-ers en ouderen en complotdenken. Soms werden de demonstraties misbruikt door met name een coalitie van normaliter rivaliserende voetbalhooligans, die gezamenlijk de gewelddadige confrontatie met politie zochten – deze coalitie demonstreerde overigens ook bij standbeelden als reactie op antiracismedemonstraties in Nederland. Behalve de relatief brede, gemêleerde activistische bovenlaag bestaat er een radicale onderstroom met extremistische gedragingen, zoals het belagen van politici en journalisten, het intimideren van politiemensen of de online publicatie van doxing-lijsten vanuit online anti-overheidsinitiatieven met daarop persoonsgegevens van politie en politici.

Scherpe randen bij antiracismedemonstraties

In Nederland zijn onder de nieuwe noemer ‘Black Lives Matter NL’ demonstraties georganiseerd door een coalitie van langer bestaande actiegroepen tegen racisme en discriminatie. De demonstraties stelden onderwerpen als institutioneel racisme, politiegeweld, het koloniale verleden, slavernij, Zwarte Piet en discriminatie in brede zin aan de kaak.

In de maatschappij, media en politiek wordt intens gediscussieerd over deze onderwerpen. Dit debat kent aan verschillende kanten scherpe randen, waarbij geëmotioneerde en polariserende tendensen uit de VS worden geprojecteerd op Nederland. Zo vertonen enkele individuen en kleine identitaire groepjes tekenen van verharding. Dit uit zich bijvoorbeeld in de uitsluiting van andersdenkenden van debat en de bekladding van standbeelden die in hun ogen – als symbolen van racisme en kolonialisme – verwijderd moeten worden uit het straatbeeld, maar ook in intimidatie en het openlijk en heimelijk bedreigen van tegenstanders en politie. Online delen actievoerders videofragmenten van (eerdere) aanhoudingen van zwarte mensen en discriminerende uitspraken van politieagenten in Nederland. Soms leidt dit tot bedreigingen jegens politie. Dit wordt voornamelijk beantwoord door voetbalhooligans en enkele gekende extreemrechtse groepjes die zich achter diverse standbeelden scharen, bijvoorbeeld door bekladdingen en (online) scheldpartijen en bedreigingen. Evenals tijdens lokale protesten tegen AZC’s in 2015 en rond de anti-lockdown-demonstraties proberen extreemrechtse groepjes op weinig succesvolle wijze mee te liften op actuele maatschappelijke thema’s, om zo een achterban aan zich te binden. Aan de andere kant sluiten gekende extreemlinkse groepen aan bij de demonstraties of helpen ze organiseren, maar ook hun presentie is beperkt.

Deze tekst is onderdeel van DTN 53.