Mondiaal jihadisme

ISIS vertoonde vergeleken met vorig jaar verhoogde activiteit in Syrië en Irak. De groepering richt zich vooral op de machtspositie in de regio en heeft niet de kracht van de hoogtijdagen van haar 'kalifaat'. ISIS en al Qa’ida spelen vaak in op lokale en regionale omstandigheden. COVID-19 heeft de mogelijkheid voor uitreizigers om terug te keren naar Europa tijdelijk ingeperkt.

Aanhoudende ondergrondse strijd van ISIS in Syrië en Irak

Vergeleken met 2019 vertoonde ISIS in het voorjaar van 2020 een verhoogde activiteit in Syrië en Irak. De organisatie heeft echter niet de kracht van de hoogtijdagen van haar ‘kalifaat’. Bij de opleving richt ISIS zich vooral op de machtspositie in Syrië en Irak. De opleving kwam voor weinigen als een verrassing. Enerzijds zijn de onderliggende factoren van haar eerdere succes niet weggenomen, zoals endemische corruptie, stelselmatige politieke uitsluiting van soennieten in de landen, wetteloosheid, structureel (overheids)geweld en sociaal-economische uitzichtloosheid. Dat biedt ISIS een ideale voedingsbodem om nieuwe rekruten te blijven werven. Anderzijds maakt ISIS gebruik van het militaire vacuüm dat oppositionele strijdkrachten hebben laten ontstaan, bijvoorbeeld door de verdere terugtrekking van westerse militaire eenheden.

Dreiging van terugkeerders

In 2020 is een persoon via Turkije naar Nederland teruggekeerd uit Syrië. De inschatting met betrekking tot de dreiging van terugkeerders is niet veranderd: zoals vaker beschreven in het DTN gaat van terugkeerders een potentiële dreiging uit, vanwege factoren als het lange verblijf bij terroristische groepen, de strijdervaring, het meemaken en toepassen van excessief geweld en de langdurige onderdompeling in de gewelddadige jihadistische ideologie. Een potentiële dreiging gaat eveneens uit van vrouwelijke jihadisten en terugkeerders, hoewel de geweldsdreiging lager wordt ingeschat dan die van de mannelijke jihadisten en terugkeerders.

Invloed COVID-19 op terroristische dreiging

De mondiale uitbraak van COVID-19 heeft invloed op de terroristische dreiging. Zoals beschreven in DTN52 is de kans op aanslagen met een groot aantal slachtoffers op korte termijn afgenomen, doordat veel soft targets (evenementen, musea, kerken, stadions) zijn gesloten of slechts voor kleinere aantallen personen toegankelijk zijn. Ook hebben de overheidsmaatregelen die wereldwijd zijn genomen tegen COVID-19 en de afname van internationaal reisverkeer de bewegingsvrijheid van jihadisten (tijdelijk) belemmerd. Hierbij past echter de nuance dat grootschalige aanslagen sinds 2017 niet in Europa zijn voorgekomen. De kans op kleinschalige aanslagen met weinig fatale slachtoffers lijkt niet direct afgenomen door COVID-19. Eenlingen zouden vanuit een combinatie van extremistisch gedachtegoed, mogelijk psychosociale of psychische problemen en maatregelen in het kader van COVID-19 juist eerder tot een geweldsdaad kunnen overgaan.

Deze tekst is onderdeel van DTN 53.