Jihadistische beweging Nederland

De Nederlandse jihadistische beweging: verdeeld, maar onvoorspelbaar. De beweging voelt de druk van repressieve overheidsmaatregelen. Dit heeft geleid tot afgenomen motivatie om activiteiten te organiseren. Geweldsdreiging blijft aanwezig omdat binnen de beweging aanslagen op Nederland nog altijd als legitiem middel.

De belangrijkste terroristische dreiging komt nog altijd vanuit de Nederlandse jihadistische beweging. Deze dreiging lijkt in 2020 iets afgenomen in vergelijking met eerdere jaren. Zo zijn er de afgelopen periode geen arrestaties geweest van Nederlandse jihadisten die verdacht werden van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Er blijft echter wel een geweldsdreiging van de Nederlandse jihadistische beweging uitgaan. Los van de geweldsdreiging kan ook worden geconcludeerd dat de jihadistische beweging in Nederland in de afgelopen periode verder is gefragmenteerd, waardoor de slagkracht is verminderd.

Het blijft moeilijk te voorspellen wie uiteindelijk de stap naar geweld maakt, zeker wanneer het gaat om geweld dat in isolement wordt voorbereid en uitgevoerd, zoals afgelopen najaar het geval was bij meerdere aanslagen in Europese steden. Deze aanslagen, waarvan er enkele een relatie hadden met vermeende blasfemie, hebben vooralsnog niet geleid tot zichtbaar toegenomen actiebereidheid of copycatgedrag bij Nederlandse jihadisten. Het is eveneens voorstelbaar dat de dreiging vanuit de jihadistische beweging op termijn weer toeneemt als gevolg van de eventuele terugkeer van uitreizigers en de vrijlating van jihadisten die nu nog op de terrorisme-afdeling verblijven. Deze ‘veteranen’ hebben bewezen geweldsbereid te zijn en beschikken soms over strijdervaring. Als gevolg hiervan hebben zij binnen de Nederlandse jihadistische beweging een bepaalde status waardoor ze op anderen binnen de beweging een inspirerende werking kunnen hebben en er onderling wellicht meer eenheid kan ontstaan. De komende jaren zijn daarom cruciaal. Indien de Nederlandse jihadistische beweging verder versplintert en krimpt, zal er een minder ontvankelijke omgeving zijn waar potentieel gevaarlijke jihadisten na de vrijlating naar kunnen terugkeren.

Jihadistische beweging in Nederland

De jihadistische beweging in Nederland bestaat uit ongeveer vijfhonderd personen die het jihadisme aanhangen. Qua omvang is de jihadistische beweging sinds 2018 ongeveer gelijk gebleven, waarbij een beperkt aantal individuele aanhangers lijkt toe en uit te treden. De weinig hiërarchische hoofdstroom wordt gevormd door meerdere sociale netwerken en gelijkgestemde individuen die al vele jaren met elkaar in contact staan. Hoewel deze hoofdstroom de afgelopen jaren verder is gefragmenteerd als gevolg van onder meer arrestaties van sleutelfiguren en persoonlijke en ideologische conflicten, heeft zij nog steeds een centrale positie binnen de Nederlandse jihadistische beweging. Daarnaast zijn er ook losse kleine netwerken en individuele aanhangers van het jihadi-salafisme die grotendeels buiten deze hoofdstroom verkeren, maar die wel een sterke (online) verbondenheid voelen met andere jihadisten in binnen- en buitenland. 

De Nederlandse jihadistische beweging houdt zich bezig met kennisverdieping, zendingswerk (dawah), fondsenwerving (veelal bedoeld voor uitreizigers), het organiseren van sociale activiteiten en de vervaardiging en verspreiding van propaganda. Hierbij is fondsenwerving voor vrouwen in de opvangkampen en uitreizigers elders een van de meest significante activiteiten gebleken, omdat het een van de weinige manieren is voor Nederlandse jihadisten om nog een concrete bijdrage te leveren aan de jihadistische strijd (behalve afreizen of een aanslag plegen). Jihadisten en sommige salafisten zijn ongeacht onderlinge ideologische verschillen solidair met deze vrouwen en kinderen en roepen de moslimgemeenschap op dat ook te zijn.

Vooralsnog ondervindt de Nederlandse jhadistische beweging blijvend negatieve gevolgen van repressieve overheidsmaatregelen en het wegvallen van aanjagers door detentie, uitreis of demotivatie. Dit heeft geleid tot een toegenomen veiligheidsbewustzijn en een verminderde motivatie om nog activiteiten te organiseren en initiatieven te ontplooien.

Deze tekst is onderdeel van DTN 54.