Jihadisme internationaal

Ontwikkelingen in het buitenland kunnen (op termijn) ook het dreigingsbeeld in Nederland beïnvloeden. Ook kunnen westerse (inclusief Nederlandse) doelwitten in de regio geraakt worden. Daarom wordt in het DTN van oudsher scherp gekeken naar radicaliseringstendensen, aanslagen in het buitenland en mondiale jihadistische organisaties zoals ISIS en al Qa’ida.

De dreiging vanuit de jihadistische beweging in Europa is al langere tijd relatief stabiel. Deze dreiging komt vooral voort uit alleenhandelende daders en kleine groepen of cellen, die organisatorisch los staan van ISIS, maar wel door (het gedachtegoed van) de organisatie en andere aanhangers worden geïnspireerd. De aanslagplegers maken veelal gebruik van relatief eenvoudige aanslagmiddelen. Bij sommige aanslagen was er bij de dader ook sprake van psychische problematiek en/of onduidelijke motieven. Dergelijke aanslagen zijn ook in Nederland voorstelbaar. 

Aan ISIS verbonden mediaorganisaties roepen in hun propaganda nog steeds op tot het plegen van aanslagen in het Westen. ISIS en al Qa’ida hebben daarnaast nog altijd de intentie vanuit hun kerngebieden in het Midden-Oosten aanslagen in Europa te plegen, maar het is twijfelachtig of ze daar momenteel de capaciteiten voor hebben.

De pragmatische relatie tussen Turkije en ISIS in Noord-Syrië

De activiteiten van ISIS in Turkije en de inzet van Turkse autoriteiten tegen ISIS-leden in Turkije zijn eerder in het DTN beschreven (onder andere DTN52 en 55). Er lijkt daarnaast sprake te zijn van een pragmatische relatie tussen Turkije en ISIS in Noord-Syrië. Turkije stelt zich daarin tactisch op ten opzichte van ISIS en vice versa. In Turkije zelf is de situatie anders: in Turkije werden de laatste jaren diverse kopstukken van ISIS gearresteerd. Dit pragmatisme lijkt het gevolg van de veelzijdige terrorismedreiging ten aanzien van Turkije.

Succes en tegenslag voor ISIS

Sinds de val van het laatste territoriale bolwerk van ISIS in Syrië in maart 2019 ging de organisatie ondergronds, concentreerde zij zich op het plegen van aanslagen in Syrië en Irak en het versterken van de organisatie. De afgelopen periode stagneerde het aantal aanslagen van ISIS in Syrië en nam het aantal af in Irak. Met de aanval van ISIS-strijders op de Sina’a gevangenis in Noordoost-Syrië op 20 januari 2022 toonde de organisatie niettemin aan nog steeds grote en complexe operaties in het kerngebied te kunnen uitvoeren. In de gevangenis, die werd bewaakt door de overwegend Koerdische Syrian Democratic Forces (SDF), zaten op dat moment naar schatting 3.000 tot 5.000 (vermeende) ISIS-strijders vast, onder wie waarschijnlijk ook enkele Nederlanders, een aantal belangrijke ISIS-kopstukken en een groot aantal buitenlandse jihadisten. Als gevolg van de aanval wist een onbekend aantal gevangenen te ontsnappen. Open bronnen spreken van honderden. Het was de eerste keer dat ISIS een grootschalige aanval uitvoerde op een gevangenis in Syrië. De actie is van grote symbolische betekenis voor ISIS. De aanval laat zien dat ISIS in Syrië en Irak allerminst verslagen is. Desondanks is het onwaarschijnlijk dat de ontsnappingen een voorbode zijn van een snelle opmars van de strijdgroep zoals dat in 2012-2014 het geval was. Daarvoor is ISIS nog te klein in omvang en te zwak. Het ligt daarom niet in de rede dat ISIS binnen afzienbare tijd weer grondgebied zal beheersen zoals het tot maart 2019 deed.

Opnieuw slaagden de Verenigde Staten erin de hoogste leider van ISIS op te sporen. Abu Ibrahim al-Hashimi al-Qurayshi kwam om het leven tijdens een Amerikaanse aanval op het huis waarin hij verbleef. De operatie op 3 februari 2022 in de Noordwest-Syrische provincie Idlib past in een reeks van succesvolle Amerikaanse militaire operaties gericht tegen de hoogste leiders van ISIS en andere jihadistische kopstukken uit de regio. Het operationele kader van ISIS is door de dood van Al-Qurayshi een slag toegebracht. Begin maart werd door een woordvoerder van ISIS medegedeeld dat Abu Hasan al-Hashimi (een alias) als nieuwe leider is aangewezen. Over zijn achtergrond en voornemens is vooralsnog weinig bekend.

De terroristische dreiging uit Afghanistan vooralsnog beperkt

Sinds de machtsovername van de Taliban in Afghanistan in augustus 2021 verslechterde de humanitaire, economische en mensenrechtensituatie in het land. De fysieke veiligheid in het land staat vooral onder druk door Islamitische Staat Khorasan Provincie (ISKP). Deze organisatie ontwikkelde zich, mede dankzij de vrijlating van diverse ISKP-leden, sinds de val van Kabul tot de belangrijkste tegenstander van het Talibanregime. ISKP voerde vooral terroristische aanslagen uit op de Taliban en op religieuze doelwitten van sjiitische minderheden. Deze aanslagen zorgen voor het afbrokkelen van de legitimiteit van de Taliban, dat immers veiligheid aan de Afghaanse burgers beloofde. De Taliban, tot voor kort zelf een strijdende partij, heeft geen ervaring met het bestrijden van opstanden. De ontwikkelingen in Afghanistan kunnen ook delen in Zuid-Azië destabiliseren. Vooral India is bezorgd over de steun die de Taliban geeft aan terroristische groepen die streven naar het beëindigen van Indiaas zeggenschap over de provincies Jammu en Kasjmir.

Voorlopig blijft onduidelijk hoe de terroristische dreiging vanuit Afghanistan zich op termijn richting het Westen zal vertalen. Deze risico’s werden al benoemd in DTN55. Het gaat onder meer om de mogelijkheid dat al Qa’ida meer bewegingsruimte krijgt van de bevriende Taliban, Europese jihadisten naar Afghanistan kunnen trekken, terroristen vanuit Afghanistan naar Europa kunnen reizen en dat de overwinning van de Taliban de jihadistische gemeenschap wereldwijd zou kunnen inspireren tot het plegen van nieuwe aanslagen. Er zijn tot op heden geen aanwijzingen dat deze risico’s zich de afgelopen periode concretiseerden. Op de korte termijn lijkt daarom de dreiging vanuit Afghanistan richting het Westen relatief beperkt. Voor de Taliban is het vooralsnog van groot belang om van de internationale gemeenschap financiële steun en (enige vorm van) diplomatieke erkenning te krijgen. Het eventueel omvormen van Afghanistan tot een jihadistisch bolwerk zou daarbij niet helpen. De Taliban is echter niet homogeen. Lokale fracties volgen niet per definitie de instructies vanuit de hoofdstad op. Ook is het de vraag of de Taliban in staat zal zijn om terroristische elementen effectief tegen te gaan. Belangrijk blijft daarom dat internationale inlichtingendiensten goed zicht houden op de ontwikkelingen in Afghanistan. Internationaal bestaan hierover echter veel zorgen, omdat de westerse inlichtingencapaciteit in het land het afgelopen jaar sterk terugliep.

Sub-Sahara Afrika: lokale drijfveren, mondiale affiliaties

Het vorige DTN liet twee risico’s van de jihadistische insurgencies in sub-Sahara Afrika zien. Ze kunnen Nederlandse belangen in de regio raken, en jihadistische ‘veilige havens’ voortbrengen vanwaaruit op termijn dreiging richting het Europese continent kan ontstaan. Ondanks enkele militaire successen tegen jihadistische groeperingen geaffilieerd aan ISIS en al Qa’ida (AQ), valt niet te verwachten dat de veiligheidssituatie in sub-Sahara Afrika binnen afzienbare tijd wezenlijk zal verbeteren.

Deze tekst is onderdeel van DTN 56.