Dreigingsniveau op 3

De dreiging is nog steeds aanzienlijk; een aanslag is voorstelbaar. De trend dat zich minder aanslagen voordoen in West-Europa zet door. De acute dreiging van ISIS is afgezwakt, maar ISIS en al Qa’ida houden wel de intentie om aanslagen in westerse landen te plegen. De voorstelbare dreiging komt vooral van eenlingen, zowel van jihadisten als van rechts-extremisten.

Dreigingsniveau 3 bestaat sinds 2016 toen een nieuw systeem met 5 niveaus werd ingevoerd. Het dreigingsniveau schat de huidige situatie in en hoe de dreiging zich waarschijnlijk gaat ontwikkelen. Niveau 3 past bij de huidige situatie van aanhoudende terroristische dreiging: de dreiging van terrorisme in Nederland is nog steeds aanzienlijk. Zo werden op 25 november 2019 twee mannen aangehouden uit Zoetermeer die worden verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Niveau 4 geeft een meer acute situatie weer waarbij het reëler is dat een aanslag in Nederland gaat plaatsvinden.

In Europa worden sporadisch nog jihadistische aanslagen gepleegd. Ook worden aanslagen voorkomen. Maar de situatie is onvergelijkbaar met de ernst en omvang van aanslagen in de periode 2015-2017. In vergelijking met een aantal Europese landen die in de afgelopen jaren werden getroffen door aanslagen, bleef het in Nederland lang rustig en vonden juist in 2018 enkele (mogelijk) jihadistische aanslagen plaats. Op 18 maart 2019 vond een vermoedelijke terroristische aanslag in Utrecht plaats waarbij vier doden vielen. Deze aanslag was mogelijk jihadistisch gemotiveerd.

Eind juni vond in een Franse gevangenis een incident plaats dat door de autoriteiten gekwalificeerd is als een terroristische poging tot moord. Mogelijk is er ook sprake van een terroristisch motief bij de moord op vier collega’s door een politieman in Parijs op 3 oktober 2019. Op 29 november doodde een jihadist twee personen in Londen waarna hij op de London Bridge werd overmeesterd en door agenten gedood. Hij bleek een nepbomgordel te dragen. De intentie tot het plegen van aanslagen, zowel vanuit ISIS als al Qa’ida, als door sympathisanten die losjes aan die organisaties zijn verbonden, is nog aanwezig. De dreiging hiervan wordt met name zichtbaar door de verstoorde aanslagplannen in de aflopen tijd.

Naast ISIS blijft ook al Qa’ida (AQ) en zijn diverse affiliaties de intentie houden om een aanslag tegen Europa en dus mogelijk ook tegen Nederland te plegen. Al Qa’ida beschikt over een uitvalsbasis in onder meer Syrië, faciliteringsnetwerken in onder meer Turkije en netwerken van aanhangers in de meeste Westerse landen.

In de Nederlandse samenleving zijn er zorgen over de dreiging van rechts-extremisme. Deze ontstonden na de rechts-terroristische aanslag in Nieuw-Zeeland (Christchurch) in maart 2019 en zijn versterkt door enkele copy-cat aanslagen daarna in de Verenigde Staten (El Paso) en Europa (Oslo, Halle). Deze zorgen zijn geen juiste afspiegeling van de werkelijke dreiging. De extreemrechtse scene in Nederland is klein, gefragmenteerd en vrijwel geweldloos. Er bestaat echter ook in Nederland het risico dat een extreemrechts georiënteerde eenling online inspiratie opdoet of dat een gewelddadige eenling copy-cat gedrag vertoont naar aanleiding van een aanslag zoals in Christchurch.

Deze tekst is onderdeel van DTN 51.