Anti-overheidsextremisme

Extreemlinkse en links-extremistische groeperingen in Nederland waren in de afgelopen maanden zichtbaarder dan in het jaar ervoor. Hun acties waren hoofdzakelijk activistisch van aard en in sommige gevallen gericht op verstoring van de openbare orde.

In tegenstelling tot de afwachtende houding in 2020 en een groot deel van 2021 liet extreemlinks zich in de tweede helft van 2021 en begin 2022 zien bij enkele protesten met tientallen actievoerders. Hoewel extreemlinkse actievoerders ook tegen bepaalde onderdelen van het coronabeleid zijn, kwamen ze in actie tegen de coronademonstraties die in hun ogen werden gebruikt om extreemrechtse propaganda te verspreiden. Daarnaast manifesteerde extreemlinks zich bij demonstraties voor het klimaat en tegen de krapte op de woningmarkt. In sommige gevallen waren links-extremisten wel gewelddadig. Tijdens het woonprotest op 17 oktober 2021 in Rotterdam werd nadrukkelijk de confrontatie met de politie gezocht via de zogenaamde Zwart Blok–methode. Het vermeende politiegeweld tijdens de demonstratie werd daarna breed uitgemeten, waarna (extreem)linkse kanalen opriepen hiertegen in actie te komen. In enkele gevallen was sprake van zaakschade, zoals bij de bekogeling van het partijkantoor van Forum voor Democratie met verf en vuurwerk door een groep antifascisten. Tijdens een fakkelprotest tegen het coronabeleid op 12 januari 2022 in Utrecht was er sprake van een gewelddadige confrontatie vanuit een groepje antifascisten die zich keerden tegen anti-coronamaatregelendemonstranten, onder wie personen verbonden aan de extreemrechtse splinterpartij NVU. 

Ook het klimaatprotest en de dierenrechtenbeweging in Nederland kenmerken zich tot op heden voornamelijk door activisme of burgerlijke ongehoorzaamheidsacties, zoals de bezetting van gebouwen, kruispunten of stallen en slachterijen. Zowel binnen extreemlinks (radicale asielrechtenbeweging, anarchisme) als bij klimaat- en dierenrechtenactivisme is tot op zekere hoogte sprake van internationale contacten en solidariteit. Het is onzeker of deze stabiele situatie in Nederland de komende jaren zo blijft. Bij extreemlinks en links-extremisten heersende onvrede over de overheid gevoed door het corona- en klimaatbeleid, de situatie op de woningmarkt, vermeend politiegeweld en rechts-extremistische zichtbaarheid bij coronaprotesten kunnen een toekomstige voedingsbodem vormen voor meer links-extremistische acties in Nederland.

Internationale ontwikkelingen rechts-extremisme

In Canada, Spanje, Ierland, Australië, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben veiligheid- en inlichtingendiensten een grote verwevenheid van het coronaverzet met rechts-extremistische organisaties vastgesteld. Meer dan in Nederland verloopt het protest op gewelddadige wijze. Een paar voorbeelden uit andere landen illustreren de gewelddadige polarisatie die in de afgelopen DTN-periode rond het coronaverzet zichtbaar is geworden. Eind 2021 raakten in New York rechts-extremisten tijdens antivaccinatie-bijeenkomsten slaags met tegendemonstranten. In oktober 2021 namen Italiaanse neofascisten en demonstranten in Rome deel aan een massaprotest tegen vaccins dat ontaardde in geweld en een poging om het kantoor van de premier te bestormen. In hetzelfde land hebben rechts-extremisten na een betoging tegen de coronapas het hoofdkwartier van een vakbond vernield. In België werd de rechts-extremistische instrumentalisering van de coronaprotesten merkbaar toen er tijdens protesten in Brussel tegen de maatregelen eind 2021 en begin 2022 rellen uitbraken.

Coronaprotesten Nederland: een activistische bovenlaag en een radicale onderstroom

In Nederland werd, ook in de afgelopen DTN-periode, het ongenoegen over de coronamaatregelen vooral zichtbaar door activiteiten van een activistische bovenlaag en een radicale onderstroom. De eerste groep voert legitiem protest dat hoofdzakelijk binnen de kaders van de democratische rechtsorde plaatsvindt. Uit de tweede groep, de radicale onderstroom, komen daarentegen extremistische handelingen voort zoals opruiing en bedreiging. De radicale onderstroom kan grofweg worden onderverdeeld in drie subgroepen, namelijk een kleine twintig (online) agitatoren, tien- tot vijftigduizend mensen die hen als aanhangers (online) volgen en hun geradicaliseerde content actief verspreiden, en een derde subgroep van tienduizenden mensen die berichten uit de radicale onderstroom louter consumeren. In sommige gevallen is er uiteraard ook sprake van enige vorm van overlap. Het aantal mensen dat de laatste twee jaar vanuit de radicale onderstroom daadwerkelijk is overgegaan tot fysieke intimiderende acties, bijvoorbeeld versus publieke figuren zoals ministers De Jonge en Kaag, omvat circa 100 mensen. Hierbij valt op dat de afgelopen 2,5 jaar intimiderende acties in de openbare ruimte veelvuldig door dezelfde en gekende subjecten zijn uitgevoerd, waardoor welhaast kan worden gesproken van draaideurfanatici. 

Tijdens de pandemie is er relatief weinig ernstig geweld uit de radicale onderstroom geweest, ondanks de vele digitale dreigementen. Het gevaar van de radicale onderstroom voor de nationale veiligheid is nu en in de toekomst waarschijnlijk vooral gelegen in de ondermijnende werking op de democratische rechtsorde. Sinds de tweede helft van 2021 is er binnen delen van de radicale onderstroom sprake van een verdere radicalisering van sommige individuen en de (online) groepen. Zo wordt over en richting gezichtsbepalende gezagsdragers taal gebezigd die zich kenmerkt door diepe vijandigheid, fanatisme en fantasieën van gewelddadige eigenrichting. Ontmenselijking van personen die de democratische rechtstaat personifiëren, bijvoorbeeld ministers, doet zich hierbij voor. Met name kwetsbare personen blijken soms vatbaar voor aansporing en aansturing door de hierboven al genoemde groep (online) agitatoren. Om deze reden is persoonsbepaald (idiosyncratisch) op mensen gericht (terroristisch) geweld voorstelbaar. Voor aanslagen zijn op dit moment geen concrete aanwijzingen.

Intimiderende modus operandi richting onder meer politici

Verschillende strafrechtelijke onderzoeken laten (online) groepjes en groepen zien die elkaar overlappen en met elkaar verbonden zijn door complotten waarin anti-overheidsdenken een constante is. Binnen dat digitale ecosysteem worden veelvuldig bedreigingen geuit en in sommige gevallen wordt er zelfs gesproken over plannen voor aanslagen met een terroristisch oogmerk.

Complottheorieën tieren welig binnen de radicale onderstroom

In tegenstelling tot de meeste activisten, van wie de bereidheid te demonstreren tijdens de pandemie duidelijk afhing van de aard van de maatregelen, zijn sommige individuen geradicaliseerd. De radicale onderstroom wordt al een paar jaar gevoed door complottheorieën waarin vooraanstaande personen, bewindvoerders en uitvoerders van het beleid worden ontmenselijkt omdat zij online bijvoorbeeld worden beschreven als ‘reptielen’, ‘bloeddrinkende pedofielen’, ‘vijanden van de vrijheid’ en ‘verdedigers van de dictatuur’. Betrokkenen lijken zich in een wereld te wanen waarin de burger in een permanente staat van oorlog verkeert met de overheid. Zij verliezen zich in een geharde anti-overheidshouding, complottheorieën of religieuze zingeving wat een gevoel van rechtvaardiging geeft voor soms verregaande acties. Daarnaast zijn er ook personen die zich actief afkeren van de huidige maatschappij en de regels van de democratische rechtsstaat niet willen erkennen. Het aanbieden van een soevereiniteitsverklaring bij de gemeente of het niet willen betalen van boetes en belastingen zijn voorbeelden van gedragingen van mensen die zich aangetrokken voelen tot deze ontluikende beweging van ‘soevereinen’. 

Personen binnen de radicale onderstroom kunnen zich gehoord en in hun radicale gedrag gelegitimeerd voelen door uitlatingen van verschillende personen in het publieke domein, onder wie enkelen die binnen het politieke discours eveneens een geradicaliseerd COVID-19-narratief met daarin veel complottheorieën bezigen. Zo ontstond medio november 2021 ophef toen in de Tweede Kamer werd verkondigd dat een Kamerlid vanwege het gevoerde coronabeleid voor een tribunaal zou moeten verschijnen. Dit leek een directe echo uit het giftige online ecosysteem dat is verergerd sinds het begin van de pandemie. Niet veel later dreigden enkele burgers in diverse plaatsen ambtenaren voor een tribunaal te vervolgen. Een dergelijke polarisatie in de politiek brengt aan de andere kant ook het risico met zich mee dat een publieke verkondiger van een radicaal COVID-19-discours op zijn beurt wordt bedreigd.

Deze tekst is onderdeel van DTN 56.